Netherlands
Talen

Talen

Langslepende ‘knoflook-procedure’ wordt voortgezet

Vrijdag 15 februari 2019 heeft de Hoge Raad voor de tweede keer uitspraak gedaan over de omvang van de douanerechten die een cliënt van RSM bij de invoer van knoflook verschuldigd is.

Het betreft een langslepende procedure met als inzet de herkomst van de knoflookbollen: Pakistan of China. Cliënt heeft bij de invoer als land van herkomst Pakistan aangegeven. De Belastingdienst Douane betwist dit en stelt dat China het herkomstland is. Voor het geval het oordeel zou zijn dat de knoflook daadwerkelijk uit China komt, is cliënt meer douanerechten verschuldigd.

Op basis van het, door een Amerikaans laboratorium verricht, onderzoek gaat de Belastingdienst Douane ervan uit dat de knoflook uit China afkomstig is. Opmerkelijk is echter dat de wijze waarop die testresultaten tot stand zijn gekomen niet inzichtelijk is.

RSM heeft de cliënt in deze procedure bijgestaan en heeft vanaf de start in november 2007 getracht inzicht te krijgen in de wijze waarop in Amerika het onderzoek is verricht. Met name of de verkregen resultaten naar Nederlandse begrippen voldoende betrouwbaar zijn om een belastingaanslag van een dergelijke omvang op te leggen. In de eerste uitspraak van de Hoge Raad (2015) is geoordeeld dat een deskundige zich dient uit te spreken over de vraag of die in Amerika gehanteerde methode betrouwbaar is.

De deskundige heeft verklaard dat de gehanteerde onderzoekmethode op zichzelf betrouwbaar is, mits wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Ten aanzien daarvan stelt de deskundige echter enige vragen. Bij het oordeel van Hof Amsterdam wordt - zoals de Hoge Raad vandaag oordeelt - onvoldoende rekening gehouden met de vragen/twijfels die de deskundige heeft geuit. De conclusie is dat de procedure wordt voortgezet.