Een verhuizing naar het buitenland is voor steeds meer directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) een stap die serieus overwogen wordt. Soms ingegeven door internationale ambities, soms door persoonlijke omstandigheden of vaak een combinatie van beide. Wat in die afweging niet altijd wordt meegenomen, is hoe nadrukkelijk de Nederlandse fiscus blijft meedenken. Zowel bij u persoonlijk als bij uw familie en uw onderneming.

Heeft u een aanmerkelijk belang van 5% of meer in een Nederlandse BV? Dan is emigratie zelden alleen een privébeslissing. De fiscale gevolgen kunnen nog jaren doorwerken en verschillende belastingsoorten raken.

De exitheffing in box 2

Bij emigratie gaat de Belastingdienst ervan uit dat u uw aandelen verkoopt tegen de waarde in het economisch verkeer. Over deze fictieve verkoopwinst wordt een conserverende aanslag opgelegd, die in box 2 kan oplopen tot 31% (tarief 2026). In de praktijk krijgt u vaak uitstel van betaling, maar dit betekent niet dat de belastingclaim verdwijnt. Bij bijvoorbeeld dividenduitkeringen, verkoop van aandelen of bepaalde herstructureringen na emigratie kan het uitstel vervallen. De aanslag wordt dan alsnog opeisbaar, soms pas jaren later. Zonder goede voorbereiding kan dat tot onaangename verrassingen leiden.

Waar zit de feitelijke leiding?

Veel DGA’s blijven na emigratie nauw betrokken bij hun onderneming. Dat is begrijpelijk, maar fiscaal gezien niet zonder risico. Als u vanuit het buitenland actief blijft sturen, kan de vraag ontstaan waar de feitelijke leiding van de BV zich bevindt. Als die leiding (deels) meeverhuist, kan dat gevolgen hebben voor de fiscale vestigingsplaats van de vennootschap. Zeker bij familiebedrijven, waar beslissingen vaak bij een kleine groep liggen, is dit een belangrijk aandachtspunt. Belastingverdragen bieden houvast, maar in de praktijk ontstaan regelmatig verschillen tussen landen die kunnen leiden tot dubbele heffing of een hogere belastingdruk.

Impact op bedrijfsopvolging

Voor familiebedrijven raakt emigratie meer dan alleen fiscaliteit. Het heeft ook invloed op continuïteit, zeggenschap en de overdracht naar een volgende generatie. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) speelt daarbij vaak een belangrijke rol. Deze regeling kan aanzienlijke vrijstellingen bieden bij overdracht binnen de familie, maar wordt complexer wanneer betrokkenen of activiteiten zich over meerdere landen verspreiden.

Ook erf- en schenkbelasting verdienen aandacht. Zo geldt voor de Nederlandse erfbelasting bijvoorbeeld een nawerking van tien jaar na emigratie. Aangezien er internationaal gezien verschillende aanknopingspunten bestaan voor de heffing van erf- en schenkbelasting, waarbij het ene land heft bij de schenker/erflater en het andere land bij de ontvanger, kan dit leiden tot dubbele heffing van erf- of schenkbelasting.

Veelvoorkomende aandachtspunten

In de praktijk zien wij vaak dezelfde valkuilen terug:

  • De verhuisdatum staat al vast voordat de fiscale positie voor beide landen goed in kaart is gebracht
  • Waarderingen en structuurkeuzes zijn onvoldoende vastgelegd
  • Het uitstel van betaling vervalt onverwacht, bijvoorbeeld door dividend of herstructurering
  • Erf- en schenkbelasting komen pas (te) laat in beeld
  • Onduidelijkheid over de feitelijke leiding leidt tot discussie met de Belastingdienst

Begin op tijd

Onze ervaring is dat tijdige voorbereiding veel verschil maakt. Hoe eerder u uw plannen bespreekt, hoe meer ruimte er is om passende keuzes te maken voor uzelf, uw onderneming en uw familie.

Overweegt u een verhuizing naar het buitenland, of bent u al bezig met de voorbereidingen? Dan is het verstandig om op tijd advies in te winnen. Neem dan contact op met uw RSM-adviseur. In een eerste gesprek brengen we de belangrijkste fiscale aandachtspunten in kaart, zodat u goed voorbereid de volgende stap zet.

Heeft u een vraag? Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.