De Staatssecretaris heeft op 12 januari 2026 de Tweede Kamer schriftelijk geïnformeerd over het voornemen om de deelnemingsvrijstelling aan te passen voor resultaten van afdekkingsinstrumenten van valutarisico’s met betrekking tot een buitenlandse deelneming of een geldlening in vreemde valuta, aangegaan voor de financiering van de aankoop van deze deelneming.
Achtergrond
Het voornemen om de deelnemingsvrijstelling op dit punt aan te passen houdt verband met het compenseren van een geschatte derving van belastingopbrengsten met Euro 840 miljoen, bij een ongewijzigde toepassing van de liquidatieverliesregeling.
De Hoge Raad heeft namelijk vorig jaar op 21 maart 2025, ECLI:NL: HR:2025:417, beslist dat een aftrekbaar verlies als gevolg van liquidatie van een buitenlandse dochtervennootschap niet kan worden gecorrigeerd als deze dochtervennootschap voor het liquidatiemoment verliezen heeft overgedragen aan een in hetzelfde land gevestigde groepsvennootschap, die vervolgens deze verliezen kon verrekenen met eigen winsten. Deze methode staat bekend als een grouprelief-regeling en is bijvoorbeeld mogelijk in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden.
Liquidatieverliesregeling in Nederland
Het aftrekbare verlies bij liquidatie van een deelneming wordt bepaald op het verschil tussen het oorspronkelijk voor deze deelneming opgeofferd bedrag door de Nederlandse moedervennootschap en het bedrag van de (lagere) liquidatie-uitkering. Het aldus berekende bedrag moet dan vervolgens worden gecorrigeerd met verliezen van de geliquideerde buitenlandse deelneming die in het buitenland nog in aanmerking komen voor verliesverrekening in het desbetreffende buitenland op het tijdstip dat de deelneming wordt geliquideerd. Nu de Hoge Raad heeft beslist dat verliezen van de dochtervennootschap die voor de liquidatiedatum zijn overgedragen in het kader van een buitenlandse grouprelief-regeling niet hoeven te worden gecorrigeerd bij de vaststelling van het aftrekbare liquidatieverlies, zou een verlies van een buitenlandse dochtervennootschap twee keer in aanmerking kunnen worden genomen: de 1e keer in het buitenland door toepassen van de grouprelief-regeling en de 2e keer in Nederland als aftrekbaar liquidatieverlies.
Reparatiewetgeving in Nederland
Om het gemis aan belastingopbrengsten te compenseren heeft de Staatssecretaris diverse opties - variërend van aanpassing op onderdelen tot volledige afschaffing van de liquidatieverliesregeling- laten onderzoeken, maar is tot de conclusie gekomen dat een aanpassing van de liquidatieverliesregeling zal leiden tot een verslechtering van het Nederlandse ondernemings- en vestigingsklimaat en waarschijnlijk niet de gewenste belastingopbrengst zal opleveren.
In plaats van afschaffing of aanpassing van de liquidatieverliesregeling heeft de Staatsecretaris de Tweede Kamer voorgesteld om met ingang van 1 januari 2027 de deelnemingsvrijstelling niet toe te passen op winsten behaald met afdekkingsinstrumenten van valutarisico’s van buitenlandse deelnemingen of een geldlening in vreemde valuta aangegaan voor de financiering van de aankoop van deze deelnemingen.
Voor een dergelijke wetswijziging zal volgens de brief van de Staatssecretaris begin dit jaar een concept-wettekst voor internetconsultatie worden aangeboden.
Aandachtspunten voor de praktijk
De concepttekst van de wetswijziging is nog niet bekend gemaakt, maar gelet op de aangekondigde ingangsdatum van 1 januari 2027 verdient het aanbeveling om na te gaan of lopende contracten voor afdekking van valutarisico’s op buitenlandse deelnemingen, of met deelnemingen verband houdende geldleningen in vreemde valuta, moeten worden aangepast.