De geplande hervorming van box 3, die op 12 februari 2026 is aangenomen door de Tweede Kamer, staat nog steeds onder druk. De Eerste Kamer is nu aan zet en deze heeft aangegeven dat vóór de stemming eerst uitgebreid deskundig advies moet worden ingewonnen. Daarmee is het allerminst zeker dat de Wet werkelijk rendement box 3 zonder wijzigingen wordt aangenomen. Ook de gewenste inwerkingtreding per 2028 lijkt moeilijker haalbaar te worden. Daarbij heeft de minister van Financiën de wet nadien ‘een tussenoplossing die niet gaat werken’ genoemd, waarmee de politieke haalbaarheid van het wetsvoorstel volledig lijkt te zijn verdwenen.

Senaat wil meer tijd en toelichting

De Eerste Kamer plant de stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 op zijn vroegst in mei. Eerst wil de senaat een technische briefing van het ministerie van Financiën en de Belastingdienst, maar ook gesprekken met economen, fiscalisten en ondernemers om de impact van de wet goed te kunnen beoordelen.
Dat staat haaks op de wens van het ministerie van Financiën, dat aandringt op snelheid. De invoering van de nieuwe wet staat gepland voor 2028. Verdere vertraging zou het al jarenlang slepende box 3-dossier nog meer onder druk zetten.

Kritiek vanuit meerdere hoeken 

De extra bedenktijd volgt op een snel oplopende stroom van kritiek uit verschillende sectoren. Beleggers en ondernemers waarschuwen dat het nieuwe systeem — waarin in de basis ook niet-gerealiseerde waardestijgingen worden belast — tot onevenwichtige uitkomsten kan leiden. Vooral bij beleggingen met sterke koersschommelingen kan dat betekenen dat belasting moet worden betaald over ‘papieren winsten’ die nog niet zijn verzilverd. Ook Nederlandse start-ups uitten zorgen. Zij vrezen dat de voorgestelde heffing investeringen in jonge bedrijven ontmoedigt. De discussie kreeg bovendien internationale aandacht toen Elon Musk zich op X kritisch uitliet over de Nederlandse plannen. 

Ook fiscalisten zijn kritisch. De kritiek richt zich niet alleen op de inhoud en de technische tekortkomingen van het wetsvoorstel, zoals het ontbreken van doorschuifregeling, maar ook op de uitgesproken wens van de coalitie om op termijn tóch over te gaan naar een volledige vermogenswinstbelasting. Een duidelijke visie op het belasten van vermogen ontbreekt en er is (te)veel ruimte voor politiek instrumentalisme. Het resultaat is onvoldragen, zwabberende wetgeving. Terwijl juist het belasten van vermogen nu sterke, eerlijke én eenvoudige wetgeving nodig heeft. Niet in het minst om het vertrouwen van de burger in de wetgever én uitvoerder niet verder te laten afbrokkelen.

Meerderheid in senaat niet meer vanzelfsprekend

Waar men eerder wellicht aannam dat de Eerste Kamer dezelfde koers zou volgen als de Tweede Kamer, lijkt dat nu allerminst zeker. Door de toenemende maatschappelijke en politieke druk is het de vraag of er zonder aanpassingen voldoende steun is voor de huidige versie van het wetsvoorstel en of 2028 wel wordt gehaald.

Tot slot

Betekent dit dat we nog een paar jaar doorgaan met de huidige wet inclusief tegenbewijsregeling, als langere overbrugging naar een dijk van een nieuw systeem voor het belasten van vermogen? Dat zal de komende maanden duidelijk worden.

Heeft u een vraag? Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.