Wie belasting moet betalen én tegelijkertijd een belastingteruggaaf ontvangt, krijgt regelmatig te maken met verrekening door de Belastingdienst. De bevoegdheid van de ontvanger om bedragen met elkaar te verrekenen is ruim en wordt in de praktijk veelvuldig toegepast. In deze update lichten wij de belangrijkste regels en aandachtspunten toe.

Verrekening van belastingbedragen

De ontvanger is verantwoordelijk voor de invordering van de in belastingaanslagen opgenomen bedragen. In de Invorderingswet 1990 (hierna: Inv. Wet 1990) zijn hiervoor verschillende bevoegdheden opgenomen. Naast de in de Inv. Wet 1990 opgenomen bevoegdheden kan de ontvanger ook gebruik maken van de in het civiele recht aan de crediteur ter beschikking staande inningsmogelijkheden. Nu de in de Inv. Wet 1990 opgenomen bevoegdheden ruimer zijn, zal de ontvanger niet snel van het civiele recht gebruik maken.

Invordering in eerste aanleg

Nadat de belastingaanslag is uitgereikt, gaat de betaaltermijn lopen. Afhankelijk van het soort belastingaanslag is de lengte van de betaaltermijn vastgesteld. In beginsel is een belastingaanslag invorderbaar binnen zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet (art. 9, lid 1, Inv. Wet 1990). Een navorderingsaanslag bijvoorbeeld is invorderbaar binnen één maand. Terstond invorderbaar is de naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen die aan een ander dan de vergunninghouder is opgelegd (art. 9, lid 8, Inv. Wet 1990).

Binnen die termijnen dient het verschuldigde bedrag te worden betaald. Het in termijnen betalen wordt ook toegestaan. Het aantal termijnen wordt bepaald door het aantal maanden dat in het kalenderjaar waarin de belastingaanslag is opgelegd nog resteren. 
Belastingschuldige die zich aan de termijn houdt, wordt niet geconfronteerd met invorderingsrente en nadere invorderingsmaatregelen. Invorderingsrente wordt berekend vanaf het moment dat de belastingschuld had moeten zijn betaald en er geen betaling heeft plaatsgevonden. Zodra nadere invorderingsmaatregelen worden genomen is sprake van dwanginvordering.

Dwanginvordering

De ontvanger verstuurt een schriftelijke aanmaning op het moment dat hij vaststelt dat belastingschuldige niet binnen de termijn heeft betaald. Belastingschuldige wordt dan aangemaand om alsnog binnen twee weken na dagtekening van de aanmaning de belasting te betalen. Het sturen van de aanmaning vormt de eerste stap van de dwanginvordering. Voor het verzenden van een aanmaning is € 10 dan wel € 22 verschuldigd, afhankelijk van het in de belastingaanslag opgenomen bedrag (tot € 454 respectievelijk meer dan € 454) (art. 2 Kostenwet Invordering Rijksbelastingen). 

Volgt ook na het verzenden van de aanmaning geen betaling, kan de ontvanger een dwangbevel uitvaardigen. De betekening van een dwangbevel vindt plaats doordat het document per post wordt verzonden. Een aangetekende verzending is niet vereist. In een dwangbevel worden kosten van betekening opgenomen. Dit bedrag varieert tussen € 56 en € 16.524 (art. 3 Kostenwet) en is afhankelijk van de omvang van de verschuldigde belasting.

Het moment waarop een aanmaning en / of een dwangbevel is verstuurd, is bepalend voor het belopen van invorderingskosten. Die invorderingskosten zijn in een voor bezwaar vatbare beschikking opgenomen. In het hiertegen in te dienen bezwaarschrift kan niet worden aangevoerd dat de belastingaanslag waaruit het te betalen bedrag voortvloeit niet is ontvangen (art. 7, lid 2, Kostenwet).

Indien dwanginvorderingsmaatregelen zijn genomen, moet bij de betaling ermee rekening worden gehouden dat de ontvanger het overgemaakte bedrag eerst afboekt op de belopen invorderingskosten, de invorderingsrente en dan pas de verschuldigde belasting.

Verrekening belastingbedragen

De eenvoud van de hiervoor geschetste situatie – van een belastingschuldige met slechts één te betalen belastingbedrag – komt met regelmaat voor. Daarnaast staat de situatie waarin belastingschuldige voor hetzelfde belastingmiddel, maar andere belastingjaren, zowel een bedrag moet betalen als een bedrag terugkrijgt. Meer ingewikkelder wordt het wanneer die te betalen en terug te ontvangen bedragen voortvloeien uit verschillende belastingmiddelen. In art. 24 Inv.wet 1990 is de bevoegdheid van de ontvanger om in die gevallen tot verrekening over te gaan opgenomen.

In beginsel wordt er automatisch verrekend. Automatisch in die zin dat op de belastingaanslag die een terug te geven bedrag behelst is opgenomen dat dit bedrag wordt teruggegeven dan wel verrekend. Geen aanduiding is aanwezig waarmee een eventuele verrekening plaatsvindt. Het is de ontvanger die kiest voor welke openstaande belastingschuld het terug te geven bedrag wordt gebruikt. De belastingschuldige die een te betalen bedrag heeft openstaan zal na de verrekening bericht krijgen dat een bepaald bedrag is verrekend en welk bedrag nog moet worden betaald. 

Belastingschuldige kan de regie ook in eigen handen nemen en de ontvanger verzoeken om een terug te betalen bedrag te verrekenen met een specifiek benoemde openstaande belastingschuld. De ontvanger is verplicht om op een dergelijk verzoek in te gaan (art. 24, lid 1, Inv.wet 1990).

Schulden en terug te ontvangen bedragen

De verrekeningsbevoegdheid van de ontvanger is ruim opgezet. De verrekening kan plaatsvinden tussen rijksbelastingen onderling, tussen rijksbelastingen en andere belastingen ter zake waarvan de ontvanger tot invordering bevoegd is en met de rijksbelastingen of andere belastingen verband houdende vorderingen.

Ook met bedragen waarop beslag is gelegd kan worden verrekend. Geen verrekening is mogelijk met terug te ontvangen bedragen die door de belastingschuldige onder bijzondere titel zijn overgedragen, bijvoorbeeld door cessie. Voor die overdracht moet wel toestemming van de ontvanger zijn verkregen.

Verrekening bij een fiscale eenheid is bijzonder in die zin dat de entiteiten behorende tot de fiscale eenheid onderling bij een verrekening kunnen worden betrokken. De bedragen bijvoorbeeld die aan entiteit 1 moeten worden terugbetaald kunnen worden verrekend met een bedrag dat entiteit 2 is verschuldigd.

Praktisch gebruik verrekenen

Doordat belastingschuldige de ontvanger om verrekening kan verzoeken, kan belastingschuldige de regie nemen over de volgorde van betaling van openstaande belastingschulden. Dit verlangt wel dat belastingschuldige inzichtelijk heeft of en zo ja tot welk bedrag hij bedragen terugontvangt. Dit moment gaat vooraf aan het moment waarop belastingschuldige de belastingaanslag met een terug te geven bedrag ontvangt!

Heeft belastingschuldige geen verzoek tot verrekening ingediend, dan wordt het in die belastingaanslag terug te geven bedrag op de wijze zoals de ontvanger dit beslist verrekend. Bij die beslissing is de ontvanger niet verplicht om een volgorde, waarbij de oudste belastingschuld voorgaat, aan te houden. Bij het door middel van verrekenen afboeken op een openstaande schuld is de ontvanger wel verplicht om eerst af te boeken op openstaande kosten, invorderingsrente en dan pas het verschuldigde belastingbedrag.

Tot slot

Verrekening is voor de ontvanger een efficiënt invorderingsinstrument, maar biedt ook voor belastingplichtigen mogelijkheden om meer grip te krijgen op openstaande belastingschulden. Met name wanneer sprake is van meerdere belastingmiddelen, lopende bezwaar- of beroepsprocedures, fiscale eenheden of verwachte teruggaafbeschikkingen, kan een bewuste keuze voor de wijze van verrekening financiële voordelen opleveren en onnodige invorderingskosten of invorderingsrente voorkomen. Wilt u inzicht in de verrekeningsmogelijkheden binnen uw organisatie of heeft u vragen over een door de Belastingdienst toegepaste verrekening? De specialisten Formeel Belastingrecht van RSM denken graag met u mee.

Heeft u een vraag? Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.