De Waalse Regering heeft beslist om de vrijstelling van onroerende voorheffing die van toepassing is op industrieel materieel en uitrusting af te schaffen. Vanaf aanslagjaar 2026 zullen investeringen die werden gerealiseerd tussen 2006 en 2020 opnieuw volledig worden belast, wat kan leiden tot een soms aanzienlijke stijging van de fiscale last voor industriële ondernemingen die in Wallonië gevestigd zijn.
 

CONTEXT

Ter herinnering moeten bepaalde toestellen, machines en andere installaties die de aard hebben van onroerende goederen van nature of door bestemming en die nuttig zijn voor een industriële, commerciële of ambachtelijke exploitatie, worden opgenomen in de berekeningsbasis van de onroerende voorheffing. .
Sinds 2005, in het kader van het Marshallplan, verleende het Waalse Gewest een vrijstelling van onroerende voorheffing voor investeringen in materieel en uitrusting. Deze uitrustingen werden bijgevolg niet opgenomen in de belastbare basis van de onroerende voorheffing, waardoor industriële ondernemingen hun jaarlijkse fiscale last aanzienlijk konden verlagen.
Eind december 2025 heeft de Waalse Regering beslist een einde te maken aan dit vrijstellingsregime, aangezien de kost ervan onhoudbaar werd geacht in een context van zware budgettaire beperkingen.
 

TOEPASSINGSGEBIED VAN DE MAATREGEL

De hervorming maakt een onderscheid naargelang de periode waarin de investeringen werden gerealiseerd:

  • Investeringen verricht tussen 1 januari 2006 en 31 december 2020:
    De vrijstelling wordt afgeschaft. Deze uitrustingen zullen vanaf aanslagjaar 2026 volledig onderworpen zijn aan de onroerende voorheffing1.
     
  • Investeringen verricht tussen 1 januari 2021 en 31 december 2025
    De vrijstelling blijft behouden, maar wordt beperkt tot vijf aanslagjaren.
    Bijvoorbeeld: investeringen die in 2025 werden verricht, kunnen nog genieten van de vrijstelling van onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030. Vanaf 1 januari 2031 zullen deze investeringen onderworpen zijn aan de onroerende voorheffing.
     
  • Investeringen verricht vanaf 1 januari 2026
    Een tijdelijke vrijstelling blijft mogelijk, eveneens beperkt tot vijf aanslagjaren.
    Bijvoorbeeld: indien u in 2026 investeert in materieel en/of uitrusting, kunt u genieten van de vrijstelling van onroerende voorheffing tot en met 31 december 2031. Vanaf 1 januari 2032 zal ditzelfde materieel en deze uitrusting onderworpen zijn aan de onroerende voorheffing.


IMPACT VOOR WAALSE VENNOOTSCHAPPEN

De financiële gevolgen van deze maatregel kunnen bijzonder belangrijk zijn voor industriële ondernemingen:

  • Aanzienlijke stijging, mogelijk zelfs een verdubbeling, van het deel van de onroerende voorheffing dat betrekking heeft op materieel en uitrusting;
     
  • Structurele verhoging van de vaste kosten, onafhankelijk van nieuwe investeringen;
     
  • Risico op een negatieve impact op investerings- en moderniseringsprojecten of op de continuïteit van bepaalde industriële sites.
     

HOE KUNNEN WIJ U HELPEN?

RSM kan de betrokken ondernemingen onder meer begeleiden bij:

  • Het kwantificeren van de financiële impact van de afschaffing van de vrijstelling;
     
  • Het nagaan van de correcte kwalificatie en kadastrale waardering van het materieel en de uitrusting;
     
  • Het identificeren van mogelijke pistes voor fiscale optimalisatie of beveiliging;
     
  • Het bijstaan van ondernemingen bij hun communicatie en procedures met de bevoegde administratie

 

Voor eventuele vragen over bovenstaande onderwerpen kunt u zich wenden tot het Tax-team van RSM Belgium (tax@rsmbelgium.be). 


RSM Belgium Tax


 


 [1] Materieel en uitrusting die voor de toepassing van de onroerende voorheffing worden beschouwd als “onroerende goederen door bestemming”, worden enkel in aanmerking genomen indien zij duurzaam met de grond zijn verbonden of permanent worden gebruikt voor de exploitatie. Dit betreft met name uitrustingen die, gelet op hun gewicht, omvang, wijze van installatie of werking, bestemd zijn om ter plaatse te blijven en daar op permanente wijze te worden gebruikt.