Vrijstelling of vermindering van onroerende voorheffing: eerste deadline 31 maart 2026 (Vlaams gewest/Waals gewest/Brussels hoofdstedelijk gewest)
 

Voor eigenaars van vastgoed in het Vlaamse Gewest/ Waals gewest/ Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan de onroerende voorheffing in bepaalde situaties geheel of gedeeltelijk worden verminderd. Wanneer een gebouw in 2025 leegstond, geen inkomsten opbracht, vernield werd of langdurig buiten gebruik was, is het aangewezen om tijdig na te gaan of een vrijstelling of proportionele vermindering kan worden aangevraagd.
 

1. PROPORTIONELE VERMINDERING BIJ ONVRIJWILLIGE IMPRODUCTIVITEIT

Een proportionele vermindering kan worden toegekend voor het Vlaams/ Waals gewest wanneer:

  • het gaat om een gebouwd en in principe niet-gemeubileerd onroerende goed;
  • het pand gedurende minstens 90 dagen (Vlaams Gewest) / 180 dagen (Waals gewest) in 2025 improductief was (niet noodzakelijk aaneensluitend);
  • het gebouw volledig ongebruikt en onproductief was (cumulatief);
  • er effectief geen inkomsten werden gegenereerd;
  • de onvrijwillige improductiviteit voldoende kan worden aangetoond (bv. via verbruiksgegevens, verhuur- of verkoopadvertenties, verbouwingsfacturen, gerechtelijke stukken, bodemonderzoek, enz.).
     

Voor onroerende goederen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat er geen mogelijkheid tot vermindering van onroerende voorheffing wegens improductiviteit
 

2. VRIJSTELLING OF VERMINDERING BIJ VERNIELING

Bij volledige of gedeeltelijke vernieling van een gebouw in het Vlaams Gewest/Waals Gewest kan eveneens een proportionele vermindering worden bekomen onder meer wanneer:

  • het vernielde gedeelte minstens 25% van het kadastraal inkomen vertegenwoordigt;
  • de vernieling het gevolg is van een ramp (bv. brand of instorting).
     

3. IMPRODUCTIVITEIT BIJ MATERIEEL & OUTILLAGE

Voor ondernemingen kan ook een proportionele vermindering mogelijk zijn voor materieel en outillage (bepaalde toestellen, machines en andere installaties – ‘onroerend’ uit hun aard of door bestemming) dat in 2025 gedurende minstens 90 dagen geheel of gedeeltelijk (minstens 25%) buiten werking was (niet noodzakelijk onvrijwillig).

In het Waals Gewest worden investeringen die tussen 1 januari 2021 en 31 december 2025 zijn gedaan, vrijgesteld voor een maximale periode van vijf aanslagjaren. Zie hieromtrent onze eerdere Tax Insight.

In Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er geen onroerende voorheffing meer verschuldigd op materieel en outillage.
 

NEEM TIJDIG ACTIE VOOR 31 MAART 2026 (SPECIFIEK VOOR HET VLAAMS GEWEST)

De vermindering of vrijstelling wordt niet automatisch toegekend. De vermindering moet jaarlijks opnieuw worden aangevraagd.

Er moet een bezwaarschrift worden ingediend tegen het aanslagbiljet bij de Vlaamse Belastingdienst. Voor aanslagjaar 2025 geldt in principe als uiterste datum 31 maart 2026.

Indien het aanslagbiljet pas in 2026 wordt ontvangen, geldt de gewone bezwaartermijn van 3 maanden.

Voor onroerende goederen gelegen in het Waalse gewest moet een verzoek tot vermindering worden ingediend bij de Waalse belastingadministratie binnen de zes maanden na verzending van het aanslagbiljet.
 

HOE KUNNEN WIJ U HELPEN?

RSM kan de betrokken ondernemingen onder meer begeleiden bij:

  • het identificeren van mogelijke verminderingen/vrijstellingen waar uw onderneming recht op heeft;
  • het bijstaan van ondernemingen bij hun communicatie en procedures met de bevoegde administratie;
  • assistentie bij de opmaak van uw bezwaarschrift.
     

Voor eventuele vragen over bovenstaande onderwerpen kunt u zich wenden tot het Tax-team van RSM Belgium via tax@rsmbelgium.be.
 

RSM Belgium | Tax