De Belgische transfer pricing praktijk evolueert duidelijk richting meer inhoudelijke en datagedreven controles. De fiscus investeert in bijkomende gespecialiseerde transfer pricing expertise, waardoor controles niet alleen frequenter maar ook grondiger worden. Tegelijk maakt de administratie steeds meer gebruik van datamining om risico’s te identificeren, waarbij gegevens uit onder meer CBC-reporting, DAC6-meldingen en transfer pricing documentatie met elkaar worden vergeleken.

In deze Tax Insight bespreken we de belangrijkste transfer pricing ontwikkelingen die ondernemingen in 2026 mogen verwachten.
 

1. VERSTERKING VAN DE BELGISCHE TRANSFER PRICING CEL

De Belgische fiscus investeert actief in bijkomende gespecialiseerde transfer pricing ambtenaren. Dit vertaalt zich in een duidelijk zichtbare versterking van de controlecapaciteit.

In de praktijk leidt dit onder meer tot:

  • meer parallelle transfer pricing audits
  • inhoudelijk sterkere en uitgebreidere vragenlijsten
  • een diepgaandere economische analyse van benchmarkstudies
  • meer internationale samenwerking tussen belastingadministraties

De tijd van louter formele naleving is voorbij. Transfer pricing dossiers worden steeds vaker inhoudelijk herberekend en opnieuw gekwalificeerd, waarbij de fiscus de economische realiteit centraal stelt.
 

2. DATAMINING EN PROACTIEVE RISICO - IDENTIFICATIE

De fiscus maakt steeds meer gebruik van een intern datamining-systeem dat verschillende informatiebronnen combineert om potentiële risico’s te identificeren.

Selectiecriteria lijken onder meer te focussen op:

  • structurele of plotse fluctuaties in marges
  • terugkerende verliezen
  • Belgische vaste inrichtingen met beperkte winst (limited risk vs co-entrepeneur)
  • afwijkingen tussen CBC-data en lokale cijfers

Wat nieuw is, is dat de administratie ook historische informatie proactief analyseert, soms over meerdere aanslagjaren.

Belangrijke databronnen zijn onder meer:

  • innovatieaftrekdossiers (met focus op IP-structuren en DEMPE-analyses)
  • DAC6-meldingen, met bijzondere aandacht voor hard-to-value intangibles
  • lokale en groepsdossiers
  • Country-by-Country reporting
  • jaarrekeningen en aangiften vennootschapsbelasting

Een belangrijke risico-indicator voor 2026 is de aanwezigheid van inconsistenties tussen deze verschillende informatiebronnen.
 

3. TRANSFER PRICING AUDITS DUREN GEMIDDELD 18 MAANDEN

De praktijk leert dat transfer pricing audits vandaag gemiddeld ongeveer 18 maanden duren. Kenmerkend voor dergelijke controles zijn:

  • grondige functionele interviews met management
  • uitgebreide data-opvragingen (vragenlijst met +/- 35 vragen)
  • heropening van meerdere aanslagjaren
  • analyse van andere Belgische groepsvennootschappen

Aangezien de fiscus transfer pricing controles steeds vaker op groepsniveau analyseert, kan een audit bij één Belgische entiteit gevolgen hebben voor andere groepsvennootschappen. Ondernemingen doen er daarom goed aan hun transfer pricing beleid consistent en gecoördineerd op groepsniveau te beheren en zich voor te bereiden op mogelijke groepsbrede controles.
 

4. ORA-CONCEPT (“OPTIONS REALISTICALLY AVAILABLE”)

Een belangrijke evolutie is de introductie van het (ORA)-concept, dat oorspronkelijk uit de Duitse fiscale praktijk komt.

Het ORA-concept is een kernprincipe in transfer pricing dat beoordeelt of verbonden partijen handelen zoals onafhankelijke partijen zouden doen, rekening houdend met hun realistisch beschikbare alternatieven.

Naast prijszetting kijkt de fiscus steeds vaker naar de interne governance rond transfer pricing. Hierbij wordt onder meer onderzocht of het transfer pricing beleid consistent wordt toegepast en of contractuele afspraken overeenstemmen met de feitelijke activiteiten binnen de groep.

Deze benadering sluit aan bij internationale tendensen waarbij fiscale administraties meer aandacht besteden aan de controleomgeving en interne besluitvorming binnen ondernemingen.
 

5. BTW IMPACT VAN TRANSFER PRICING CORRECTIES

Een belangrijk aandachtspunt is de mogelijke btw-impact van transfer pricing correcties. Recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waaronder het Arcomet-arrest (C-726/23) en Stellantis (C-603/24), bevestigt dat bepaalde transfer pricing aanpassingen btw-gevolgen kunnen hebben wanneer zij verband houden met een belastbare dienst tussen groepsvennootschappen. Voor een meer uitgebreide bespreking van het Arcomet-arrest verwijzen wij naar onze eerdere RSM tax insight.

Bij allocaties van administratieve kosten of management fees is het daarom belangrijk om duidelijk aan te tonen dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de vergoeding en een concrete dienst.
 

6. KOSTENALLOCATIES EN MANAGEMENT FEES ONDER VERHOOGD TOEZICHT

Kostenallocaties en management fees blijven een van de meest besproken onderwerpen tijdens transfer pricing audits.

De fiscus onderzoekt daarbij onder meer:

  • of de ontvangen diensten effectief waarde creëren
  • of kosten niet dubbel worden doorgerekend
  • of de gebruikte allocatiesleutels economisch verantwoord zijn
  • of bepaalde kosten eigenlijk aandeelhouderskosten zijn

Ook het onderscheid tussen operationele diensten en strategische diensten krijgt steeds meer aandacht.
 

7. NIEUWE AANDACHTSPUNTEN VOOR TP-DOCUMENTATIE 

De Belgische transfer pricing documentatieverplichtingen evolueren eveneens. Met de wijzigingen ingevoerd via het Koninklijk Besluit van 7 december 2025 worden bepaalde administratieve vereisten versoepeld, maar verwacht de fiscus tegelijk meer inhoudelijke toelichting in zowel lokaal dossier als het groepsdossier. 

Met betrekking tot het lokaal dossier wordt voor boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2025 de verplichting afgeschaft om documenten toe te voegen aan het kader ‘Verrekenprijsmethodologie en -studies per bedrijfseenheid en per aard transactie (B10)’. In lijn met de eerdere praktijk volstaat het voortaan om te bevestigen dat deze documentatie beschikbaar is en op verzoek kan worden voorgelegd.

Daartegenover blijft de verplichting ongewijzigd voor het kader ‘Cost contribution overeenkomsten, advance pricing overeenkomsten, voorafgaande beslissingen en in house (her)verzekeringen (B12)’. 

Met betrekking tot het groepsdossier geldt dat, hoewel dit formeel gebaseerd is op de OESO-minimumstandaard, een louter generieke of gestandaardiseerde OESO-beschrijving in de praktijk steeds minder volstaat. 

De Belgische fiscus verwacht een groepsdossier dat daadwerkelijk inzicht geeft in de economische realiteit en de waardeketen van de groep, waaronder:

  • Gedetailleerde DEMPE-analyse (ontwikkeling, verbetering, onderhoud, bescherming en exploitatie) van immateriële activa
  • Financiële stromen tussen groepsentiteiten

Een degelijke TP-analyse bij intra-groepsleningen is essentieel om een fiscale controle succesvol te doorstaan, met aandacht voor marktvergelijkingen, kredietwaardigheid en economische realiteit (Rb. Leuven 6 juni 2025)

Voor een beknopt overzicht van de oorspronkelijke wijzigingen inzake het lokaal dossier en het groepsdossier verwijzen wij naar onze eerdere RSM Tax Insight.
 

8. RECENTE ONTWIKKELING AMOUNT B (OESO)

Een belangrijke internationale ontwikkeling binnen transfer pricing is de introductie van OECD Amount B in het kader van het BEPS 2.0-project. Amount B beoogt een vereenvoudigd en gestandaardiseerd vergoedingsmechanisme te introduceren voor zogenoemde baseline marketing and distribution activities, met name voor ondernemingen die optreden als limited risk distributors.

Het doel is om discussies tussen belastingadministraties over de arm’s length beloning van deze activiteiten te beperken door een gestandaardiseerde methode en winstmargecorridors te voorzien.

Ondernemingen zullen moeten nagaan of de marges die vandaag worden gehanteerd voor distributieactiviteiten nog compatibel zijn met de voorgestelde corridors en of hun huidige transfer pricing modellen aanpassing vereisen. 

Bovendien kan de toepassing van Amount B leiden tot meer transparantie en vergelijkbaarheid tussen landen, wat ook de aandacht van belastingadministraties kan verhogen.
 

HOE KUNNEN WIJ U HELPEN?

RSM kan de betrokken ondernemingen onder meer begeleiden bij:

  • het opstellen en actualiseren van transfer pricing documentatie (Local File en Master File)
  • het evalueren van intra-groeptransacties, zoals management fees, kostenallocaties en financieringsstructuren
  • het uitvoeren van benchmarkstudies en economische analyses
  • het voorbereiden en begeleiden van transfer pricing audits

Door tijdig een proactieve evaluatie van uw transfer pricing structuur uit te voeren, kunnen potentiële fiscale risico’s worden geïdentificeerd en kan uw onderneming beter voorbereid zijn op mogelijke controles.

Voor eventuele vragen over bovenstaande onderwerpen kan je je wenden tot het Tax-team van RSM Belgium (tax@rsmbelgium.be).