Op 3 april 2026 werd de wet tot invoering van de nieuwe ‘meerwaardebelasting op financiële activa’ formeel aangenomen door het Belgisch Parlement (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 april 2026). Deze ingrijpende hervorming wijzigt het Belgische fiscale kader voor particuliere beleggers, ondernemers en vermogensstructuren grondig. Het regime is bijzonder technisch, met meerdere categorieën, drempels en uitzonderingen. Deze Tax Insight biedt een gestructureerd overzicht van het nieuwe regime, inclusief het toepassingsgebied, de belastbare basis, de toepasselijke tarieven, de vrijstellingen, de uitvoeringsmodaliteiten en de belangrijkste aandachtspunten uit de parlementaire debatten.
PERSONEEL TOEPASSINGSGEBIED
De meerwaardebelasting is van toepassing op natuurlijke personen (buiten de beroepssfeer), maar ook binnen de rechtspersonenbelasting (vzw’s en stichtingen), met uitzondering van entiteiten die fiscaal aftrekbare giften mogen ontvangen.
In geval van meerwaarden gerealiseerd op een gesplitst financieel actief worden de meerwaarden geacht volledig gerealiseerd te zijn door de blote eigenaar. Met betrekking tot levensverzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen zijn de gerealiseerde meerwaarden belastbaar in hoofde van de begunstigde.
VOORWERP EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE BELASTING
Financiële activa omvatten:
- Financiële instrumenten: beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, certificaten, obligaties (behalve voor het deel dat onder de ‘Reynderstaks light’ valt), geldmarktinstrumenten, afgeleide producten (futures, swaps, opties, enz.), rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging (ICBE), ETF’s (trackers), emissierechten, enz. ;
- Bepaalde verzekeringscontracten: waaronder spaarverzekeringen (tak 21 en 26) en beleggingsverzekeringen (tak 23), evenals vergelijkbare buitenlandse producten (bv. tak 6, ...), voor zover zij op het moment van afkoop niet belastbaar zijn als roerend of beroepsinkomen;
- Uitsluitingen: pensioenspaarproducten, pensioenfondsen en groepsverzekeringen (tweede en derde pensioenpijler) + tak 21-levensverzekeringen zonder spaar- of beleggingsdoel (schuldsaldo bij overlijden of uitvaartverzekering)
- Crypto-activa; in de ruimste zin, inclusief stablecoins, e-money tokens en NFT’s;
- Valuta (inclusief ‘beleggingsgoud’).
Belastbare verrichtingen
1. Overdracht onder bezwarende titel (buiten de beroepssfeer) of daarmee gelijkgestelde verrichtingen:
- Afkoop van verzekeringscontracten tijdens het leven;
- Exit heffing op de latente meerwaarde van een financieel actief bij emigratie van de belastingplichtige – onder voorwaarden vindt de inning enkel plaats bij effectieve realisatie van de meerwaarde binnen twee jaar na emigratie (waarbij enkel de meerwaarde opgebouwd tijdens de periode waarin de belastingplichtige Belgisch fiscaal inwoner was, aan belasting wordt onderworpen).
Bij emigratie zal de belastingplichtige gedurende twee bijkomende jaren financiële activa en gerelateerde meerwaarden moeten aangeven (alternatieve uitvoering van de zogenaamde ‘exitheffing’). In geval van herimmigratie binnen dezelfde periode van twee jaar vervalt de betalingsverplichting.
Opmerking: in geval van gesplitste eigendom leidt emigratie van de vruchtgebruiker naar het buitenland niet tot de realisatie van een meerwaarde in hoofde van de blote eigenaar (‘belastingplichtige’).
Bij immigratie van een belastingplichtige in België wordt een step-up toegekend, tenzij het gaat om een herimmigratie binnen twee jaar (in welk geval de oorspronkelijke aanschaffingswaarde behouden blijft; de belastbare grondslag zal evenwel worden verminderd met het gedeelte van de meerwaarde dat daadwerkelijk onderworpen werd aan een vergelijkbare buitenlandse belasting).
2. De belasting is enkel van toepassing voor zover de meerwaarde kadert binnen het normaal beheer van het privévermogen van de belastingplichtige.
Wanneer de realisatie van de meerwaarde niet binnen het normaal beheer van het privévermogen valt of speculatief van aard is, geldt een belastingtarief van 33%.
Vrijgestelde verrichtingen/inkomsten
De volgende verrichtingen/inkomsten zijn in principe vrijgesteld:
- Schenkingen, erfenissen, verdelingen of uitonverdeeldheidtredingen (< 3 jaar na een overlijden, een echtscheiding of de beëindiging van een wettelijke of feitelijke samenwoning), inbrengen in een huwelijksvermogensstelsel — maar meerwaarden gerealiseerd bij latere verrichtingen zullen dan worden berekend op basis van de oorspronkelijke aanschaffingswaarde;
- Meerwaarden gerealiseerd bij inbreng van aandelen (‘inbrengvrijstelling’);
- Inkomsten die reeds effectief belast werden onder de Kaaimantaks;
- Inkomsten die reeds als roerend of beroepsinkomen werden belast (zgn. ‘typedwang’);
- Tijdelijke vrijstelling en uitstel van belastingheffing van de meerwaarde gerealiseerd in het kader van een interne switch of overdracht (tussen compartimenten of aandelenklassen) binnen dezelfde ICBE (waarbij een inkoop van eigen aandelen onmiddellijk wordt gevolgd door een inschrijving op nieuwe aandelen), of in het kader van reorganisaties (van compartimenten) van een ICBE;
Hoe zit het in geval van een ‘inkoop van eigen aandelen’?
De meerwaardebelasting is enkel van toepassing indien die inkoop overeenkomstig het Wetboek van de Inkomstenbelastingen niet als dividend wordt gekwalificeerd (art. 186 WIB92).
Regimes en tarieven
Drie categorieën van diverse inkomsten:
1. Algemeen regime: 10% roerende voorheffing, met een algemene vrijstellingsdrempel van € 10.000 (jaarlijks geïndexeerd), plus het recht om ongebruikte vrijstellingen van maximaal de eerste € 1.000 per jaar gedurende vijf jaar over te dragen (FIFO-methode). Dit leidt tot een maximale vrijstelling van € 15.000 (voor koppels: € 30.000).
2. Bijzonder getrapt regime voor ‘aanmerkelijke participaties’ (minimum 20%)
- De drempel van 20% (van de rechten in het kapitaal van de vennootschap) wordt beoordeeld per individuele aandeelhouder (niet op geconsolideerde familiale basis) op het moment van de vervreemding;
- Houders van minder dan 20% vallen onder het algemeen regime;
- Vrijstelling tot € 1 miljoen per periode van vijf jaar (niet jaarlijks), gevolgd door een getrapte tariefschaal van 1,25%, 2,50%, 5% en 10% vanaf € 10 miljoen):
- Tot 1.000.000 EUR: 0%
- 1.000.001 EUR – 2.500.000 EUR: 1,25%
- 2.500.001 EUR – 5.000.000 EUR: 2,50%
- 5.000.001 EUR – 10.000.000 EUR: 5%
- Boven 10.000.000 EUR: 10%
- Een afzonderlijk tarief van 16,5% geldt in specifieke gevallen (bv. verkoop aan niet-EER-entiteiten).
- Dit gunstregime zal van toepassing zijn ongeacht het type vennootschap waarin de aanmerkelijke participatie wordt aangehouden (met inbegrip van holdings, patrimoniumvennootschappen en managementvennootschappen).
3. Uitzonderings-/specifiek regime voor ‘meerwaarden op interne aandelentransacties’ (voorrangsregeling); belast aan 33%
- Situatie waarin de overdrager van de aandelen/winstbewijzen, alleen of samen met zijn echtgenoot of verwanten tot de tweede graad, rechtstreeks of onrechtstreeks ‘controle’ uitoefent (in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) over de verkrijger;
- Interne meerwaarden die voortvloeien uit een inbrengverrichting van aandelen blijven onaangetast en worden uitdrukkelijk uitgesloten van het toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting: zij vallen immers reeds onder artikel 184, vierde lid WIB92 (geen step-up van het ‘gestort kapitaal’). De tekst bepaalt nu uitdrukkelijk dat de aanschaffingswaarde van de aandelen uitgegeven naar aanleiding van de inbreng gelijk zal zijn aan de oorspronkelijke aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen (m.a.w. geen step-up).
ABNORMAAL BEHEER, ALGEMENE ANTI‑MISBRUIKBEPALING EN ‘REYNDERSTAKS’
De bestaande meerwaardebelasting van 33% (+ gemeentebelasting) voor abnormale verrichtingen blijft ongewijzigd (bv. transacties met ‘overtollige liquiditeiten’).
Ook de toepassing van de algemene antimisbruikbepaling blijft volledig mogelijk.
De ‘Reynderstaks’ blijft behouden in een ‘light’ versie, waarbij enkel het interestgedeelte van de meerwaarde belastbaar is. Dit brengt complexe berekeningen met zich mee — moeilijkheden kunnen ontstaan bij buitenlandse fondsen en dubbele belasting blijft mogelijk.
BELASTBARE BASIS
Enkele kernprincipes zullen in acht genomen worden:
- Historische meerwaarden opgebouwd tot 31 december 2025 blijven vrijgesteld;
- Minderwaarden zijn aftrekbaar binnen hetzelfde jaar (binnen dezelfde categorie van activa cf. toepasselijk regime), maar niet overdraagbaar;
- Geen aftrek voor kosten of heffingen;
Waardering van financiële activa per 31 december 2025 (“foto-moment”) (bijv. door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijke gecertificeerde accountant), of het gebruik van de bewezen hogere historische aanschaffingswaarde (tot en met 31 december 2030), voor de bepaling van meerwaarden (niet in het kader van de bepaling van minderwaarden).
- Voor beursgenoteerde activa geldt de slotkoers op 31 december 2025;
- Voor niet-beursgenoteerde activa : geldt de hoogste van de volgende:
- de waarde bij overdracht tussen onafhankelijke partijen, of bij inbreng of kapitaalverhoging in 2025;
- contractuele waardering (specifiek voor aandelen); nettoactief vermeerderd met vier maal EBITDA (niet-geconsolideerde EBITDA);
- alternatieve onafhankelijke waardering door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant (die niet de ‘vaste’ bedrijfsrevisor of accountant mag zijn) vóór het einde van 2027 (bijvoorbeeld in gevallen met aanzienlijke goodwill of vastgoed).
- Specifieke waarderingsregels zijn van toepassing op aandelenoptieplannen, aandelen verworven tegen een verminderde prijs en verhandelbare opties (warrants en ‘over-the-counter’ opties);
FIFO-methode in geval van verschillende aankoopprijzen (identieke financiële activa verworven op verschillende tijdstippen) — d.w.z. dat de belastingplichtige geacht wordt eerst de oudste eenheden te hebben vervreemd.
Onze aanbeveling: zorg voor een consistente bewijsvoering en een degelijke documentatie (aankoopbewijzen, certificaten, portefeuilleverklaringen, transactierapporten en waarderingsverslagen, enz.).
HEFFING EN FORMALITEITEN
1. In principe inhouding van 10% roerende voorheffing door Belgische financiële tussenpersonen (banken, …), waarbij een hogere historische aanschaffingswaarde, vrijstelling en/of aftrek van minderwaarden kan worden geclaimd via de belastingaangifte;
- Belastingplichtigen kunnen ‘opt-outen’ uit het mechanisme van de roerende voorheffing (keuze mee te delen uiterlijk op 31 augustus 2026) en zullen dan verplicht zijn de inkomsten (en eventuele vrijstellingen en/of minderwaarden) aan te geven via hun personenbelastingaangifte (in welk geval de Belgische financiële tussenpersoon een fiscaal attest moet afleveren – ‘de facto afstand van anonimiteit’);
- In geval van gezamenlijke rekeningen moeten alle rekeninghouders instemmen met de keuze (opt-in/out). Bijzondere aandacht is vereist voor maatschappen (bv. niet-inwonende vennoten zullen in geval van een ‘opt-in’ onrechtstreeks proportioneel bijdragen in de meerwaardebelasting).
- De keuze blijft van toepassing totdat zij wordt herroepen door minstens één houder of door de uiteindelijk begunstigde. Een dergelijke herroeping kan slechts éénmaal per belastbaar tijdperk plaatsvinden en heeft enkel uitwerking vanaf het daaropvolgende belastbare tijdperk.
2. Zelfrapportering geldt voor:
- Crypto-activa en valuta;
- Aanmerkelijke belangen;
- Interne meerwaarden;
Ook bij afwezigheid van een Belgische tussenpersoon moet de belastingplichtige de meerwaarde opnemen in zijn belastingaangifte.
3. Nieuwe meldingsplicht (geïnspireerd op DAC6) voor ‘promotoren’ (in tegenstelling tot louter passieve advies- of waarderingsdiensten) van bepaalde verrichtingen. Houd er rekening mee dat in deze context waarschijnlijk ook het UBO-register zal worden gecontroleerd.
4. De roerende voorheffing kan niet retroactief worden geïnd – voorstel van de regering: vrijwillige ‘opt-in’ tijdens de overgangsperiode (tussen 1 januari 2026 en 31 mei 2026).
PARLEMENTAIRE DEBATTEN – BELANGRIJKSTE INZICHTEN
De parlementaire debatten brachten belangrijke verduidelijkingen en praktische bezorgdheden aan het licht:
- Gerichte aanpak van ‘interne meerwaarden’
De expliciete opname van interne meerwaarden bevestigt een strengere benadering van intragroepstransacties en transacties binnen familiale controle, waardoor de fiscale blootstelling voor holdings, MBO’s en herstructureringsoperaties aanzienlijk toeneemt. Historische meerwaarden blijven in principe vrijgesteld, behoudens wanneer de fiscus zich beroept op en het bewijs levert van ‘abnormaal beheer van privévermogen’ of speculatie (bv. bijzondere voorzichtigheid is vereist in situaties met overtollige liquiditeiten). - Belang van de 20% drempel
De individueel beoordeelde 20%-drempel creëert potentiële “cliff effects”, in het bijzonder bij:- Private equity en co-investeringsstructuren;
- Scale-ups met verwatering;
- Familiale successieplanning.
- Impact op familiale en transparante structuren
Structuren zoals maatschappen (‘société simple’) kunnen aanleiding geven tot belastingheffing bij toetreding, uittreding of herverdeling van rechten, zelfs onrechtstreeks. Dit creëert een risico op onverwachte belastbare gebeurtenissen en potentiële dubbele belasting.
‘STAK’-structuren die binnen het toepassingsgebied van de certificeringswet vallen, blijven fiscaal neutraal. - Waarderingsuitdagingen
De waardering per 31 december 2025 wordt een strategisch risicogebied dat consistentie vereist tussen transacties en documentatie. - Private equity
De minister verduidelijkte dat typische co-investeringsstructuren niet automatisch onder het 33%-regime voor interne meerwaarden zouden vallen; dit blijft echter sterk afhankelijk van interpretatie en toekomstige administratieve richtlijnen.
Opmerkelijk is dat structuren zoals de Private Privak / Pricaf Privée blijven genieten van de dividendvrijstelling voor meerwaarden gerealiseerd op het niveau van het vehikel. - Breed toepassingsgebied dat atypische transacties omvat
Het regime strekt zich uit voorbij standaardvervreemdingen en kan eveneens van toepassing zijn op meerwaarden gerealiseerd bij terugbetalingen van obligaties onder pari, afwikkelingen van derivaten, posities in vreemde valuta aangehouden op effectenrekeningen en bepaalde bezwaarde schenkingen die worden geherkwalificeerd als overdrachten onder bezwarende titel.
‘Earn-outs’ gekoppeld aan transacties uitgevoerd vóór 2026 blijven buiten het toepassingsgebied van het nieuwe regime.. - Vruchtgebruikstructuren onder verhoogd toezicht
Hoewel de blote eigenaar bij vervreemding wordt aangeduid als belastingplichtige, ontstaat geen belastingheffing louter door de overdracht, omzetting of uitdoving van vruchtgebruik; dergelijke structuren zullen evenwel vermoedelijk nauwlettend worden gecontroleerd door de fiscus met het oog op mogelijk misbruik. - Aanhoudende onzekerheid
Het regime wordt beschouwd als bijzonder complex en gelaagd. Ondanks de verduidelijkingen blijven belangrijke onzekerheden bestaan en worden bijkomende administratieve richtlijnen (circulaires) verwacht.
Marktspelers overwegen reeds juridische procedures, met inbegrip van grondwettelijke argumenten..
INWERKINGTREDING
Voor meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026.
Wat de inhouding van de roerende voorheffing (RV) betreft: vanaf 1 juni 2026 – met de mogelijkheid tot ‘opt-in’ tijdens de overgangsperiode (betaling van de roerende voorheffing uiterlijk op 30 november 2026).
Afwijkingen op de regels inzake roerende voorheffing:
- Meerwaarden ontvangen tussen 1 januari 2026 en 31 augustus 2026 → roerende voorheffing (of een ‘equivalent’) verschuldigd uiterlijk op 30 november 2026 (afwijking van de standaardtermijn van 15 dagen).
- Meerwaarden op verzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen betaald of toegekend van 1 januari 2026 tot 31 augustus 2026: als regel geldt de ‘opt-out’ en vormt de inhouding van roerende voorheffing de uitzondering.
HOE KAN RSM BELGIUM U BIJSTAAN?
De nieuwe meerwaardebelasting vormt een structurele belasting op vermogenstransacties en heeft een impact op investeringsstrategieën, vermogensplanning, herstructureringen en exitscenario’s. Een consistente aanpak en degelijke documentatie zullen essentieel zijn om aan de complianceverplichtingen te voldoen en risico’s bij het opstellen van de jaarlijkse belastingaangifte te beperken.
RSM Belgium kan u ondersteunen met advies op maat inzake transactiekwalificatie, waarderingsvraagstukken en doorlopende fiscale rapportering.
Voor eventuele vragen over bovenstaande onderwerpen kunt u zich wenden tot het Tax-team van RSM Belgium (tax@rsmbelgium.be).