De hervorming van de autofiscaliteit verloopt in drie fases en heeft een fundamentele impact op de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens. De datum van aanschaf is telkens doorslaggevend en bepaalt welk regime van toepassing is.
Deze wijzigingen zijn in de eerste plaats relevant voor belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting, maar kunnen ook gevolgen hebben binnen de rechtspersonenbelasting.
In deze Tax Insight bespreken we de belangrijkste ontwikkelingen in de autofiscaliteit en wat deze concreet betekenen voor de fiscale behandeling van bedrijfswagens.
1. VENNOOTSCHAPSBELASTING
A. Aanschaf vóór 1 juli 2023 – de zgn. “grandfathering rule”
Voor wagens aangeschaft vóór 1 juli 2023 blijft de bestaande aftrekregeling (zoals van toepassing sinds 1 januari 2020) behouden.
De aftrekbaarheid blijft gekoppeld aan de CO2-formule, met toepassing van de toen geldende minimum- en maximumgrenzen.
Voor plug-in hybriden die vanaf 1 januari 2023 werden aangeschaft, zijn de brandstofkosten bovendien slechts tot maximaal 50% aftrekbaar.
B. Aanschaf tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 – uitdoofscenario
Voor niet-emissie voertuigen (benzine, diesel en hybriden) geldt een overgangsregeling:
- De bestaande aftrekformule blijft tijdelijk gelden
- Vanaf aanslagjaar 2026 verdwijnen de minimale aftrekgrenzen (40% en 50%)
- De maximale aftrek wordt geleidelijk afgebouwd
- Indien geen CO2 gegevens beschikbaar zijn, is er geen aftrek meer mogelijk vanaf aanslagjaar 2026
Elektrische voertuigen aangeschaft gedurende deze periode blijven 100% aftrekbaar.
C. Aanschaf vanaf 1 januari 2026
Niet-emissievrije voertuigen die aangeschaft werden vanaf 1 januari zijn niet langer fiscaal aftrekbaar (0%) in de vennootschapsbelasting. De gemaakte kosten zullen volledig worden verworpen, wat bijdraagt tot verhoging van het belastbaar resultaat.
Emissievrije voertuigen die worden aangeschaft tot en met 31 december 2026 blijven 100% aftrekbaar gedurende volledige levensduur.
Vanaf 2027 zal de aanschaf van een emissievrij voertuig niet langer volledig aftrekbaar zijn met als gevolg een geleidelijke afbouw van de aftrekbaarheid.
2. AANSCHAFDATUM BEPAALT FISCAAL REGIME
De datum van aanschaf is juridisch doorslaggevend voor de toepassing van de nieuwe autofiscaliteit.
Bij een rechtstreekse aankoop, al dan niet gefinancierd via een lening of financiële leasing, geldt de datum van ondertekening van de bestelbon als referentiepunt. Voor leasing-, renting- of huurovereenkomsten is dit de datum waarop het contract wordt ondertekend.
In situaties waarbij een voertuig later via een operationele leasing wordt ondergebracht bij een leasingmaatschappij, waarbij de eigendom overgaat naar de leasingmaatschappij, is de datum van deze nieuwe overeenkomst bepalend.
Belangrijk is dat een verlenging van een leasecontract in principe wordt beschouwd als een nieuwe overeenkomst, met dus een mogelijke impact op het toepasselijke fiscale regime. Dit is echter anders wanneer de verlengingsmodaliteiten reeds bij aanvang contractueel werden vastgelegd.
De minister aanvaardt bij belastingneutrale reorganisaties een administratieve tolerantie waarbij de oorspronkelijke aanschafdatum (aankoop, huur of lease) van het voertuig behouden blijft, zodat het bestaande fiscale regime verder kan worden toegepast.
3. LAADSTATIONS VOOR ELEKTRISCHE WAGENS
De aftrekbeperking wordt opgeschort voor kosten met betrekking tot laadstations voor elektrische wagens. Het gaat om een tijdelijke maatregeling die van start is gegaan vanaf aanslagjaar 2022.
De kosten van laadstations aangekocht, gehuurd of geleased vanaf 1 januari 2030, zullen worden beperkt tot 75%.
In dat geval worden de kosten beperkt tot een fiscale aftrek van maximaal 75%, in lijn met de evolutie van de aftrekbaarheid van emissievrije voertuigen.
4. WAT MET DE RECHTSPERSONENBELASTING? INDERECTE IMPACT VOELBAAR.
Hoewel de rechtspersonenbelasting geen klassieke aftrek van autokosten kent, heeft de hervorming van de autofiscaliteit ook hier een belangrijke impact. De wetgever heeft ervoor gekozen om de aftrekbeperkingen uit de personen- en vennootschapsbelasting te vertalen naar belastbare toevoegingen.
Enerzijds blijft een toevoeging gelden van 17% op het voordeel van alle aard. Naar analogie van de personen- en vennootschapsbelasting stijgt dit percentage naar 40% wanneer de vereniging of stichting de brandstofkosten tijdens het privégebruik voor haar rekening neemt.
Anderzijds wordt vanaf aanslagjaar 2027 een bijkomende toevoeging ingevoerd voor emissievoertuigen aangeschaft vanaf 1 januari 2026, waarbij de niet-aftrekbaarheid van autokosten wordt weerspiegeld via een opname in de belastbare basis.
Deze regels zijn vooral relevant voor bepaalde categorieën rechtspersonen (zoals vzw’s en publieke entiteiten) en kunnen leiden tot een aanzienlijke fiscale impact ondanks het ontbreken van een klassieke kostenaftrek.
Emissievrije wagens die vanaf 1 januari 2027 worden aangekocht, gehuurd of geleased, vallen ook binnen het toepassingsgebied van de tweede toevoeging. Het bedrag van deze toevoeging is gelijk aan het toepasselijke percentage (identiek aan de verworpen uitgaven in de personen- en vennootschapsbelasting voor deze wagen) vermenigvuldigd met alle kosten van deze wagen.
HOE KUNNEN WIJ JE HELPEN?
RSM kan je ondersteunen bij het analyseren van de impact van de nieuwe autofiscaliteit op jouw onderneming, onder meer door:
- het evalueren van je huidig wagenpark en de fiscale optimalisatie ervan
- het modelleren van de impact van toekomstige investeringen (hybride vs. elektrisch)
- het adviseren bij leasingstructuren en contractuele optimalisatie
- het inschatten van de impact op je effectieve belastingdruk en cashflows
Gezien de toenemende complexiteit en het belang van de aanschafdatum, is een proactieve aanpak essentieel om fiscale verrassingen te vermijden.
Heb je vragen over bovenstaande onderwerpen, neem dan contact op met ons tax team via tax@rsmbelgium.be. Wij helpen je graag verder.