Netherlands
Talen

Talen

'Het familiebedrijf is levend ondernemerschap'

Vastgoed, educatie en de leerstoel Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht; dat zijn de drie pijlers onder het nieuwe RSM-Nyenrode Initiatief. ‘Al vele jaren volgen onze accountants, maar ook partners van RSM, op Nyenrode cursussen en opleidingen en dat blijven we doen’, zegt Onno Adriaansens, fiscalist bij de Utrechtse vestiging van RSM. ‘Wat we daaraan willen toevoegen, is wetenschappelijk onderzoek, het regelmatig zorgen voor publicaties in vakbladen, het organiseren van uiteenlopende discussies, lezingen en andere bijeenkomsten, zoals ronde tafels.’

‘ Er zijn mooie verhalen over familiebedrijven te vertellen, maar er is ook veel verdriet. Toch heeft het familiebedrijf toekomst’

‘We willen kortom de kennis van onze professionals zodanig verdiepen, dat we als RSM nóg beter weten  waarover we praten’, aldus Adriaansens. ‘De kennis en ervaring die wij als professionals hebben opgedaan, moet continu aan de wetenschap worden getoetst. En daarnaast openen we voor studenten een deur tot de professionele wereld.’ De overeenkomst tussen RSM en Nyenrode is voorlopig voor vijf jaar gesloten, maar beide partijen hebben de intentie om structureel te blijven samenwerken. Daarbij komt het accent dus op de familiebedrijven te liggen. ‘Dat is, naast belangrijke werkterreinen als onder meer de internationale markt en het vastgoed, één van onze belangrijke doelgroepen’, zegt Adriaansens. ‘Zo is bijvoorbeeld op het gebied van vastgoed en de fiscale aspecten daarvan bij familiebedrijven nog veel te ontdekken en te onderzoeken.’ Daarom wordt  de leerstoel, een belangrijk onderdeel van het RNI, dan ook bekleed door prof. dr. Roberto Flören, hoogleraar Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht op Nyenrode.

Verbinding

‘Het RNI en de door RSM gefinancierde leerstoel zijn ook voor Nyenrode geweldig’, stelt Flören. ‘Kijk, wij zijn geen winstgevend bedrijf, maar wel een bedrijf. Met ons onderzoek maken we graag de verbinding tussen wetenschap en bedrijfsleven’, aldus de hoogleraar. ‘Het is onze bedoeling dat de bedrijven en de families daarachter echt iets hebben aan de resultaten van ons onderzoek.’ Dus gaat het RNI investeren in mensen; ze laten promoveren, ze helpen bij het publiceren van  wetenschappelijke artikelen. ‘Maar we willen onze kennis ook nadrukkelijk presenteren en ten goede laten komen aan de ondernemers’, zegt Flören. ‘Vandaar de lezingen en bijeenkomsten, in groot en kleiner gezelschap. Wetenschap en ondernemerschap moeten dichter bij elkaar komen.’

Typemachines

Los van zijn wetenschappelijke achtergrond weet Flören – ook schrijver van het boek ‘De stille kracht van het familiebedrijf’ – heel goed waarover hij het heeft als het over familiebedrijven gaat. Hij is namelijk zelf geboren en getogen in een typisch familiebedrijf. ‘In 1934 begon mijn opa met het verkopen en repareren van typemachines’, vertelt de hoogleraar. ‘Het was een gouden tijd; typemachines waren duur. Je kon voor de prijs van tien typemachines een huis kopen.’ ‘Na de oorlog, in de wederopbouw, kwam mijn vader op zijn veertiende in de zaak. Er volgden goede en minder goede tijden, totdat de omzet begin jaren negentig met zo’n 70 procent inzakte. Vervolgens kregen mijn zus en ik de vraag voorgelegd of we het bedrijf wilden overnemen. Dat wilden we niet en zodoende werd de zaak verkocht.’

Mooie verhalen

Flören weet dus wat er komt kijken om een familiebedrijf goed te laten draaien. ‘Er zijn mooie  verhalen over familiebedrijven te vertellen, maar er is ook veel verdriet’, zegt hij. ‘In de familie of in het bedrijf.’ Hoewel meerdere keren, en zeker eind vorige eeuw, breed het einde van het familiebedrijf werd aangekondigd, ziet Flören juist veel toekomst in deze vorm van ondernemen. ‘Peter Swinkels van Bavaria zei een jaar of vijftien geleden al: dit wordt de eeuw van het  familiebedrijf. En ik denk dat hij daarin gelijk had. Het familiebedrijf is levend ondernemerschap’, legt de professor uit. ‘Er verdwijnen natuurlijk bedrijven, er zijn fusies en overnames, maar er komen ook steeds weer nieuwe bedrijven bij.’

Familiestatuten 

Maar het is wel van belang dat, met familiestatuten, zaken goed worden geregeld en vastgelegd. ‘Welke zeggenschap heeft de familie? Hoe springt ze om met het bedrijf en met het vermogen? Krijgt de schoonfamilie ook wat te vertellen?’ somt Flören op. ‘Allemaal onderwerpen waarover verschillend kan worden gedacht.’ Bij het maken van dergelijke afwegingen wil het RNI adviseren met relevante kennis, gebaseerd op wetenschap en ondernemerspraktijk. Flören: ‘Wij dragen er graag aan bij dat voor de familie harmonie ontstaat, voor het bedrijf continuïteit en voor de eigenaren rendement.’

Aantrekkelijker

Adriaansens: ‘Als RSM hebben wij deze kennis nodig om de familiebedrijven echt te begrijpen. We gaan dan ook onze junioren hier neerzetten, zodat ze al vroeg gevoel krijgen bij wat een familiebedrijf nu werkelijk is. De mogelijkheden die we nu met het RNI hebben, maakt ons ook aantrekkelijker op de arbeidsmarkt’, aldus de fiscalist. ‘We willen natuurlijk de beste mensen binnenhalen.’ Vandaar ook dat Flören lezingen gaat geven voor een gehoor van RSMmedewerkers. ‘Want voor RSM worden  de familiebedrijven steeds belangrijker en dus moeten ook meer medewerkers zich in de toekomst met deze groeiende markt bezighouden’, zegt hij. ‘Ik draag er graag aan bij om de interesse daarvoor bij de mannen en vrouwen van RSM te vergroten.’

‘ Op het gebied van vastgoed en de fiscale aspecten daarvan bij familiebedrijven is nog veel te ontdekken en te onderzoeken’

Het artikel over Okhuysen is geschreven door Harry van Dam en gepubliceerd in RSMagazine, najaar 2018.