Ook gesloten blijft het UBO register een bedreiging voor privacy

Aanleiding

“Het UBO register is gesloten!” Uit beantwoording van prejudiciële vragen, gesteld aan het Europese Hof van Justitie, volgt dat lidstaten géén persoonlijke en financiële informatie over uiteindelijk belanghebbenden (‘ UBO’s’)  aan eenieder mogen verstrekken. Openbaarmaking maakt een onevenredige inbreuk op de grondrechten van eerbiediging van het privéleven en bescherming van persoonsgegevens. Hierop heeft minister Kaag van Financiën het register onmiddellijk laten sluiten. Maar is hiermee de privacy van UBO’s van familiebedrijven weer gewaarborgd? En wat betekent dit voor de registratieplicht?

Transparantie

Het UBO-register moet - samen met het trustregister - witwassen en terrorismefinanciering bemoeilijken, doordat het duidelijk maakt wie aan de touwtjes trekt van een bepaalde entiteit. Maar niet alleen opsporingsdiensten, overheidsinstanties en bepaalde zakelijke dienstverleners (banken, accountantskantoren, notarissen …) kregen toegang tot het register: ook het publiek kreeg toegang tot bepaalde gegevens. Transparantie als noodzaak voor terrorismebestrijding, voorgeschreven door de Europese wetgever. Nimmer is echter toegelicht waarom deze verplichte publieke openbaarheid van UBO-gegevens daarvoor geschikt én proportioneel is. Lidstaten voerden verplicht de UBO-wetgeving in en familiebedrijven registreren vervolgens gedwongen hun UBO’s. Persoonlijke gegevens van deze UBO’s (voor- en achternaam, geboortejaar en -maand, nationaliteit, woonstaat en aard en omvang van het belang) liggen daarna min of meer op straat. Totdat het Europese Hof een streep zette door de verplichte publieke openbaarheid en minister Kaag als een haas het register sloot.

Einde UBO-register?

Luidt deze uitspraak het einde in van het UBO-register? Geenszins. Het Hof spreekt zich alleen uit over de transparantie: de balans tussen doel (witwas- en terrorismebestrijding) en middel (ongebreidelde transparantie) is zoek. Het verplicht registreren van UBO-gegevens blijft onaangetast en blijft ondanks de ‘sluiting’ verplicht. Als lidstaten de verplichte openbaarheid vervangen door een regeling die inzage toestaat bij het aantonen van een legitiem belang, kunnen de UBO- en trustregisters vermoedelijk blijven functioneren. In de (internationale) politiek blijft daarbij de roep aanwezig om NGO’s en onderzoeksjournalisten onbeperkt toegang te geven. Daarnaast staat ook het Centraal Aandeelhoudersregister nog op de wetgevingskaart, dat alle aandeelhouders van BV’s en NV’s inzichtelijk maakt voor publieke diensten, het notariaat en wwft-instellingen, ongeacht de omvang van hun belang.

Conclusie

Ondernemingen zullen gegevens over hun UBO’s moeten blijven registreren. Een UBO heeft kortgezegd een eigendoms- of zeggenschapsbelang van > 25%. Voor wie het ‘openbare deel’ van de gegevens inzichtelijk zullen zijn, valt momenteel niet te voorspellen. Voor inzage zal vermoedelijk een aantoonbaar ‘legitiem belang’ nodig zijn. UBO’s dienen er daarom rekening mee te houden, dat bepaalde persoonlijke gegevens inzichtelijk zullen worden voor derden met een legitiem belang, zoals mogelijk onderzoeksjournalisten. We leven in dwangmatig transparante tijden.

Meer informatie?

Heeft u als ondernemende familie behoefte aan meer informatie over het UBO-register, neemt u dan contact op met uw RSM adviseur.