Update wetsvoorstel excessief lenen naar aanleiding van verdere parlementaire behandeling

Het wetsvoorstel excessief lenen heeft al veel stof doen opwaaien en heeft bovendien tot veel vragen (omtrent de exacte invulling van de bepalingen) geleid. Op 31 mei 2021 is de nota naar aanleiding van het nader verslag (‘NnavNV’) gepresenteerd, waarin een deel van de vraagpunten is beantwoord. Deze nadere verduidelijking heeft vooral betrekking op internationale situaties. Tevens is een aantal aanpassingen doorgevoerd op het wetsvoorstel in een nota van wijziging.

Op hoofdlijnen houdt het wetsvoorstel excessief lenen in dat schulden van aanmerkelijk belanghouders aan hun vennootschap, voor zover zij meer dan € 500.000 bedragen, als fictief regulier voordeel in aanmerking worden genomen in box 2 van de IB. De bedoeling is dat de wet per 1 januari 2023 ingaat en de eerste peildatum daarmee op 31 december 2023 komt te liggen. Eigen woningschulden worden onder voorwaarden overigens uitgezonderd van de regeling.

Schuld buitenlandse woning

Lange tijd was onduidelijk of schulden die verband houden met een buitenlandse woning, die als hoofdverblijf kwalificeert (bij buitenlands belastingplichtigen), onder de regeling valt. In de NnavNV is aangegeven dat ook leningen in verband met een eigen woning in het buitenland zijn uitgezonderd van de maatregel. Deze uitzondering vindt toepassing indien het een eigenwoningschuld betreft als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB en indien een recht van hypotheek op de eigen woning is gevestigd (dat laatste geldt overigens alleen voor leningen aangegaan na 1 januari 2023). Hiermee wordt bedoeld dat ook wanneer het gaat om een buitenlandse eigen woning, aan de Nederlandse fiscale aflossingseisen ter zake van eigenwoningschulden dient te worden voldaan (of dat sprake is van een bestaande eigenwoningschuld als bedoeld in art. 10bis.9 Wet IB, waarvoor de aflossingsvereisten niet gelden).

Veelal zullen in het buitenland wonende aanmerkelijk belanghouders die een eigenwoninglening bij hun Nederlandse vennootschap hebben afgesloten, geen rekening hebben gehouden met de Nederlandse fiscale aflossingsvereisten (ten minste annuïtair aflossen in maximaal 360 maanden) nu er voor hen (mits het een niet-kwalificerende buitenlands belastingplichtige betreft) in beginsel toch geen recht bestaat op hypotheekrenteaftrek in Nederland. Hierdoor zal een dergelijke lening onder de toepassing van het wetsvoorstel vallen.

Wanneer het gaat om eerder uit Nederland geëmigreerde aandeelhouders en in verband met de emigratie van de aanmerkelijk belanghouder een conserverende aanslag is opgelegd, zou toepassing van de excessief lenenmaatregel, bijvoorbeeld voor niet kwalificerende woningleningen, mogelijk tot invordering van de conserverende aanslag kunnen leiden (zie ook hieronder).

Woningschulden na verloop 30 jaar en restschulden

In de NnavNV is bevestigd dat bestaande eigen woningschulden waarvan de 30 jaarstermijn is verlopen zodat geen hypotheekrenteaftrek meer mogelijk is, als eigenwoningschulden in de zin van het wetsvoorstel zullen blijven kwalificeren. Dit betekent dat deze schulden ook na verloop van de 30 jaarstermijn niet als excessief worden aangemerkt.

Restschulden vallen overigens niet onder de definitie eigenwoningschuld. Dergelijke schulden worden daarom wel meegenomen onder de regeling voor excessief lenen.

Invordering conserverende aanslag

Indien een aanmerkelijk belanghouder vóór inwerkingtreding van het wetsvoorstel (1 januari 2023) is geëmigreerd en in verband daarmee een conserverende aanslag opgelegd heeft gekregen, vindt invordering van die conserverende aanslag plaats voor zover op 31 december 2023 de aandeelhouder een schuld van meer dan € 500.000 heeft aan zijn vennootschap.

Wanneer de emigratie zich heeft voorgedaan vóór 15 september 2015 (het oude regime), wordt een conserverende aanslag bij uitblijven van een verboden handeling na 10 jaar kwijtgescholden. In de nota van wijziging is geregeld dat het wetsvoorstel excessief lenen niet van toepassing is voor deze ‘oude regime’ conserverende aanslagen en in verband daarmee een bovenmatige schuld niet zal leiden tot invordering van de conserverende aanslag. Goed nieuws dus voor belastingplichtigen die al langer geleden (lees: vóór 15 september 2015) zijn geëmigreerd (waardoor ze een conserverende aanslag hebben ontvangen) en nog een bovenmatige schuld aan hun Nederlandse vennootschap hebben.

Bovendien geldt dat wanneer de vennootschap nog in Nederland is gevestigd en de aanmerkelijk belanghouder in een land woont waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, Nederland op grond van de huidige verdragen, het nationale heffingsrecht voor deze buitenlands belastingplichtigen niet kan effectueren (nu een dergelijk ‘fictief voordeel’ niet binnen de geldende verdragsbepalingen wordt erkend).

Partners van verbonden personen

In het wetsvoorstel is geregeld dat fiscaal partners samen maximaal € 500.000 van vennootschappen kunnen lenen waarin één van hen (dan wel beiden) een aanmerkelijk belang hebben. Zelfs wanneer zij ieder een aanmerkelijk belang in een andere (eigen) vennootschap hebben geldt een gezamenlijk maximum van € 500.000. De met de belastingplichtige verbonden personen kunnen ieder ook tot maximaal € 500.000 lenen van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft zonder dat dit gevolgen heeft voor de belastingplichtige binnen de excessieflenenmaatregel. Met de nota van wijziging is tevens geregeld dat leningen van verbonden personen en hun fiscale partners samengeteld moeten worden. Het is dus niet meer zo dat zoon en schoondochter van de aanmerkelijk belanghouder ieder € 500.000 van de vennootschap van hun (schoon)vader kunnen lenen.

Indirecte leningen

In de NnavNV is, niet verrassend, bevestigd dat wanneer een aanmerkelijk belanghouder leent van zijn vennootschap en dit bedrag doorleent aan een derde, deze lening onder de regeling valt. Ook andere doorleenconstructies, waarbij bijvoorbeeld een verbonden persoon leent van de vennootschap en dit bedrag doorleent aan de aandeelhouder, kunnen onder toepassing van de regeling vallen. Volgens de NnavNV is parallelliteit tussen de leningen niet noodzakelijk, oftewel, ook wanneer er niet een-op-een wordt doorgeleend, wordt hier mogelijk doorheen gekeken en bij de aanmerkelijk belanghouder een excessief deel van de lening  belast.

Het tussenvoegen van een stichting, zoals een stichting administratiekantoor biedt evenmin soelaas om onder de regeling uit te komen.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie over het wetsvoorstel excessief lenen? Neem dan contact op met uw vaste RSM-adviseur.

Download 'Update wetsvoorstel excessief lenen naar aanleiding van verdere parlementaire behandeling' in pdf.