Vermogenden en bedrijven zien fiscale lasten stijgen in Voorjaarsnota

De Voorjaarsnota 2022 is afgelopen vrijdag door Minister Kaag van Financiën naar de Tweede Kamer gestuurd. Eerder bleek al dat veel van de plannen van het nieuw aangetreden kabinet aangepast dienen te worden in verband met een aantal (onvoorziene) kostenposten die meerdere oorzaken kennen. Zo wordt er meer geld uitgetrokken voor defensie (met name vanwege de oorlog in Oekraïne), dient het meestijgen van de AOW-uitkeringen met de verhoging van het minimumloon te worden gedekt en hebben belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt tegen het box 3-systeem (vanaf het jaar 2017) onder voorwaarden recht op compensatie.

Deze additionele uitgaven zullen onder meer gedekt worden door belastingverhogingen in box 2 en 3 van de inkomstenbelasting alsook een effectieve stijging van de vennootschapsbelasting. De vermogende particulieren en bedrijven lijken dus de rekening gepresenteerd te krijgen. De meest opvallende fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota zijn de volgende.

Aanpassing tariefschijven vennootschapsbelasting

De grens van de eerste tariefschijf binnen de vennootschapsbelasting wordt verlaagd van €395.000 naar €200.000 vanaf 2023 en keert daarmee terug naar het niveau van voor 2021. Winsten tot een bedrag van €200.000 worden belast tegen een tarief van 15% en tegen 25,8% voor het meerdere.

Twee tariefschijven voor aanmerkelijk belang box 2

In box 2 zal een tariefopstap worden geïntroduceerd per 1 januari 2024. Er gaat een basistarief van 26% gelden voor inkomsten tot € 67.000 (per persoon) en een tarief van 29,5% voor het meerdere. Het huidige tarief in box 2 is 26,9%.

Verhoging gebruikelijk loon

De zogeheten doelmatigheidsmarge binnen de gebruikelijk loonregeling die geldt voor directeur-grootaandeelhouders (“DGA”) zal van 25% naar 15% gaan. Dit heeft tot gevolg dat de DGA meer belasting gaat betalen in box 1. De DGA mag zijn loon in de nieuwe situatie niet meer op ‘slechts’ 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking stellen maar dient nu 85% aan te houden. Een hoger salaris betekent een hogere loon-/inkomstenbelastingclaim.

Afbouw algemene heffingskorting

Naast het box 1-inkomen wordt in de nieuwe regeling ook het inkomen uit box 2 en 3 meegenomen ter bepaling van de hoogte van de afbouw van de algemene heffingskorting (hoe hoger het inkomen, hoe lager de korting).

Beperking heffingsvrij vermogen box 3

In het coalitieakkoord is een maatregel opgenomen waarmee het heffingsvrij vermogen in drie stappen zou worden verhoogd van €50.650 naar circa €80.000. Uit de Voorjaarsnota volgt dat deze maatregel wordt teruggedraaid. Het heffingsvrije vermogen in box 3 blijft derhalve €50.650.

Inperking expatregeling / 30%-regeling

Ondanks eerdere geruchten zal de 30%-regeling niet worden afgeschaft maar wel worden versoberd. Deze fiscale regeling voor inkomende werknemers met een specifieke deskundigheid wordt afgetopt tot de Balkende-norm (2022: € 216.000). Dankzij de 30%-regeling kunnen werknemers afkomstig uit het buitenland gedurende vijf jaar maximaal 30% van hun loon onbelast ontvangen. Met de nieuwe maatregel worden de voordelen dus ingeperkt waarbij gedurende 3 jaar een overgangsregeling zal gelden.

Verhoging overdrachtsbelasting

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd naar 10,1%. Deze tariefsverhoging heeft met name gevolgen voor verkrijgingen van niet-woningen en verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en natuurlijke personen die de woning niet zelf als hoofdverblijf gaan gebruiken. Deze stijging komt dus in de plaats van de al eerder aangekondigde tariefsverhoging van 8% naar 9%.

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding

De geplande verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding (met name vanwege de stijgende brandstofkosten) wordt een jaar eerder ingevoerd. Vermoedelijk stijgt de onbelaste vergoeding in 2023 naar 21 cent en in 2024 naar 23 cent per kilometer.

Overige maatregelen

Verder zijn de volgende noemenswaardige maatregelen aangekondigd:

  • De inkomensondersteuning AOW (IAOW) wordt stapsgewijs verlaagd en volledig afgeschaft in 2025. De kosten van de geplande koppeling van de AOW aan de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumloon worden hiermee deels gedekt.
  • De geplande verhoging van de ouderenkorting in het coalitieakkoord wordt teruggedraaid.
  • De Fiscale oudedagsreserve (FOR) wordt afgeschaft per 1 januari 2023. De FOR mag dan niet meer fiscaal gefaciliteerd opgebouwd worden. De bestaande en reeds opgebouwde FOR mogen nog wel op basis van de huidige regels worden afgewikkeld.
  • Met ingang van 2022 geldt het btw-nultarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Op dit moment kunnen particulieren de btw terugvragen als btw-ondernemer. Met deze aanpassingen wordt het eenvoudiger voor zowel particulieren als voor de Belastingdienst.

Nu een aantal van deze maatregelen niet eerder dan per 1 januari 2023 dan wel 1 januari 2024 in werking zal treden bestaan er mogelijkheden om tijdig op de aangekondigde aanpassingen te anticiperen en waar mogelijk de negatieve gevolgen te beperken. Zo zou gedacht kunnen worden aan het naar voren halen van grote dividenduitkeringen in box 2 om gebruik te maken van het huidige (lagere) tarief terwijl kleine dividenduitkeringen juist zouden kunnen worden uitgesteld (en optimaal worden verdeeld in de belastingaangifte van fiscale partners) om de nieuwe eerste tariefschijf in box 2 optimaal te benutten. 

Meer informatie?

Mocht u naar aanleiding van het lezen van deze nieuwsbrief vragen hebben, neem dan contact op met uw RSM-adviseur.