Netherlands
Talen

Talen

Wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen BV & de gevolgen voor familieleningen

Wanneer u als aanmerkelijkbelanghouder meer dan € 500.000 leent van uw BV wordt vanaf 2022 per jaareinde het meerdere belast met het dan geldende aanmerkelijk belang tarief, alsof het een dividenduitkering is. Dit geldt niet alleen voor eigen leningen, maar ook leningen verstrekt aan (klein)kinderen tellen mee. Deze maatregel beoogt de huidige praktijk aan te pakken, waarbij de aanmerkelijkbelanghouder leent van zijn eigen BV om zijn (consumptieve) privé-uitgaven te dekken in plaats van zijn salaris aan te passen of dividend uit te keren waardoor hij de directe belastingheffing minimaliseert.

De maatregel in hoofdlijnen 

De maatregel geldt voor iedereen met meer dan vijf procent belang in een vennootschap (aanmerkelijkbelanghouders: ab-houders); waaronder DGA’s. De gezamelijke schulden van een ab-houder en diens partner aan de eigen BV(s) worden beschouwd als bovenmatige leningen, voor zover die in totaal bij alle ab-vennootschappen meer bedragen dan € 500.000. Het bovenmatige deel van de leningen wordt belast als fictief regulier voordeel met het in 2022 geldende ab-tarief. 

Wanneer een lening een eigenwoningschuld vormt wordt deze uitgezonderd. Daarnaast wordt voor nieuwe eigenwoningschulden (vanaf 2022) de aanvullende voorwaarde gesteld dat de ab houder een recht van hypotheek verstrekt aan zijn eigen BV.

Ook leningen van (klein)kinderen en (schoon)ouders van de BV van een ab-houder worden door de maatregel getroffen. Tenzij zij zelf meer dan vijf procent belang in de BV hebben.

Voorbeeld

DGA X heeft alle aandelen in BV A. De BV leent € 700.000 aan Y, de dochter van X. X heeft geen schuld aan zijn BV. Dochter Y heeft geen aanmerkelijk belang in BV A waardoor bij haar geen fictief regulier voordeel in aanmerking kan worden genomen. Het bovenmatige deel van de schuld van Y aan BV A wordt als fictief regulier voordeel bij vader X in de belastingheffing in box 2 betrokken. Bij X wordt een fictief regulier voordeel van € 200.000 belast. Het maximumbedrag van X wordt na het in aanmerking genomen fictief reguliere voordeel verhoogd met € 200.000 tot een bedrag van € 700.000. 

De maatregel kent beperkt overgangsrecht

De bedragen die in 2022 als fictief regulier voordeel zijn belast, mogen worden verrekend met de winst uit een eventuele toekomstige verkoop van de BV. Daarmee wordt alleen voor 2022 voorkomen dat bij verkoop van de BV die bedragen dubbel worden belast. Deze mogelijkheid voor verrekening is er niet voor fictieve reguliere voordelen van na 2022 en ook niet in geval van eventuele dividenduitkeringen.

De maatregel moet in 2022 voor het eerst in werking treden. Omdat aan het einde van het jaar wordt beoordeeld of sprake is van een bovenmatige lening dient de eerste toetsing op 31 december 2022 plaats te vinden.

Wat betekent dit voor u?

Probeer bovenmatige leningen weg te werken voor 31 december 2022. Indien er onvoldoende cash in privé is om de schulden te kunnen aflossen kunt u nog denken aan de volgende mogelijkheden:
de DGA lost de schuld aan de eigen BV af door privé-beleggingen over te dragen aan de BV;
de BV keert dividend uit waarna de DGA de dividenduitkering aanwendt om de schuld aan de BV af te lossen;
de DGA sluit in privé een schuld af bij een derde en wendt het geleende geld aan om de schuld aan de eigen BV af te lossen;
afkoop pensioen verrekenen met openstaande schuld. 

Waarschijnlijk zullen de meeste DGA’s gebruik maken van de tweede oplossing.

Nu resteert alleen nog de vraag wanneer het juiste moment is om het dividend uit te keren. Deze vraag is niet in zijn algemeenheid te beantwoorden, maar afhankelijk van verschillende factoren. Zo kan het fiscaal voordelig zijn om al in 2019 dividend uit te keren in plaats van in 2022. De uitkering wordt dan belast tegen het huidige box 2 tarief van 25%. In 2022 geldt naar alle waarschijnlijkheid een hoger tarief van 26,9%. Daar tegenover staat dat het box 3 vermogen toeneemt en dat daarover de komende jaren waarschijnlijk meer box 3 belasting zal zijn verschuldigd.

De behandeling van het wetsvoorstel staat gepland voor het vierde kwartaal 2019. Het spreekt voor zich dat wij u zullen informeren over eventuele wijzigingen van dit voorstel.

Meer informatie?

Natuurlijk is het onmogelijk om binnen dit artikel in te gaan op alle specifieke zaken voor uw onderneming. Indien u hier meer over wilt weten neem dan contact op met uw RSM adviseur. 

Dit artikel is namens de adviesgroep familiebedrijven geschreven door RSM-collega Roel Wienen.

U kunt het volledige artikel 'Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen BV' ook downloaden.