Netherlands
Talen

Talen

'Eerst tellen dan fietsen'

We hebben er in deze rubriek al eerder melding van gemaakt: de fiets van de zaak. Vanaf volgend jaar geldt een nieuwe regeling. Het grote voordeel is dat die zeer eenvoudig is, vergelijkbaar met de auto van de zaak. De regeling is echter bedacht om de mens uit de auto en op de (elektrische) fiets te krijgen. Het autoverkeer zorgt immers voor files en is slecht voor het milieu. Door de uitstoot van enorme hoeveelheden stikstof door onder meer het verkeer wordt zelfs de bouw van hele woonwijken bij natuurgebieden geblokkeerd.

Bewegen

Bovendien is de overheid veel geld kwijt aan gezondheidszorg omdat wij te veel op onze (auto)stoel blijven zitten. Zo is de helft van alle autoritten, het woon-werkverkeer meegerekend, korter dan 7,5 kilometer. Bewegen luidt het motto en de leasefiets moet daaraan bijdragen. De regeling werkt als volgt: u kunt via uw werkgever een fiets van de zaak krijgen. Ongeacht of u die ook privé gebruikt, wordt een vast percentage van de adviesprijs van de (elektrische) fiets bij het inkomen geteld. Het gaat om 7 procent. Dat is overigens een belangrijk verschil met de auto van de zaak.

Als een bestuurder aantoont dat die maximaal 500 kilometer privé met de auto rijdt, geldt er géén bijtelling. Laten we eens een rekensom maken voor de fiets van de zaak. U krijgt van uw baas een elektrische fiets ter waarde van 2000 euro. 7 procent van 2000 euro is 140 euro. U hebt een jaarinkomen van 35.000 euro en bent 37,1 procent (2020) aan inkomstenbelasting verschuldigd. 37,1 procent van 140 euro is netto 52 euro per jaar, ofwel 4,30 euro per maand. Daar rijdt u dus een nieuwe fiets voor, verzekerd en al. Een regeling die bijna te mooi is om waar te zijn, die is meestal niet waar. Ook hier zit een addertje onder het gras. Het luistert naar de naam Reiskostenvergoeding.

Reiskostenvergoeding

Wie met de fiets van de zaak naar het werk gaat, verspeelt het recht op een reiskostenvergoeding. De vergoeding is onbelast als maximaal 19 cent per kilometer wordt betaald. Vaak wordt daarom dit bedrag aangehouden. De Fietsersbond waarschuwt voor de valkuil. Het is, aldus de bond, snel voordeliger zelf een fiets te kopen en de reiskostenvergoeding te houden.

Als je 20 kilometer van je werk woont en dagelijks heen en weer gaat met een fiets die 2000 euro heeft gekost, dan heb je de investering binnen 15 maanden terugverdiend, berekende de NOS. Het omslagpunt zou liggen bij een woon-werkafstand van 15 kilometer. De fiets van de zaak wordt wel interessant als je die voor een beperkt aantal dagen mag gebruiken en voor het overige de auto mag nemen. Zodat je dus een deel van de reiskostenvergoeding houdt. Van de Belastingdienst mogen werknemers zelfs tegelijkertijd gebruikmaken van een fiets en een auto van de zaak.

Weloverwogen

Kortom, laat u goed voorlichten en voorrekenen. Bedenk daarbij ook wat de voordelen zijn. Misschien verliest u (een deel van) de reiskostenvergoeding, maar draagt de beweging bij aan een beter welbevinden. Dat is ook wat waard, nietwaar? Het belangrijkst is: maak een weloverwogen besluit. Veel wijsheid gewenst.

Deze publicatie is geschreven door Peter Heesen en verscheen op zaterdag 5 oktober 2019 in Dagblad De Limburger. Het artikel kwam tot stand dankzij medewerking van fiscaal jurist Roel Wienen van RSM in Venlo.

     
mr. Roel Wienen    
+31(0)77 354 28 00    
E rwienen@rsmnl.nl