Gewijzigd standpunt staatssecretaris inzake een tijdelijke urenuitbreiding

Op 22 november 2021 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat een tijdelijke urenuitbreiding in het kader van de Wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) ook een tijdelijke wijziging van een bestaande arbeidsovereenkomst kan zijn.

Achtergrond

Per 1 januari 2020 is de Wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking getreden. Doel van de Wab is om de balans tussen zekerheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt te herstellen, onder andere door de premiedifferentiatie in de WW (Awf-premie). Kort gezegd: sinds de invoering van de Wab is de hoogte van de AWf-premie afhankelijk van de aard van de arbeidsovereenkomst. Werkgevers betalen een lage AWf-premie voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd en een hoge AWf-premie voor de overige (flexibele) arbeidsovereenkomsten. Door het verschil tussen de lage en de hoge AWf-premie is het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om werknemers (eerder) een vast contract aan te bieden.

Bij een tijdelijke urenuitbreiding was tot 22 november 2021 de regel dat deze tijdelijke uitbreiding geldt als een aparte arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarop de hoge premie van toepassing was. Dit eerdere standpunt is verworpen door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Vanaf 1 januari 2020 zal met terugwerkende kracht op een tijdelijke urenuitbreiding een lage AWf-premie  van toepassing zijn. Dit zal in ieder geval tot en met het jaar 2022 gelden. 

De hoge AWf-premie blijft van kracht in de volgende situaties:

  • De werkzaamheden of arbeidsvoorwaarden voor de urenuitbreiding verschillen wezenlijk van die van de bestaande arbeidsovereenkomst van de werknemer.
  • De werkgever en werknemer zijn voor de urenuitbreiding expliciet een aparte arbeidsovereenkomst overeengekomen.

In bovengenoemde situaties is er wel sprake van een aparte arbeidsovereenkomst bij een tijdelijke urenuitbreiding. De werkgever kan in dat geval geen lage AWf-premie toepassen op het loon van de werknemer.

Wat betekent dit voor u als  werkgever?

Hebt u in 2020 en/of in 2021 voor een tijdelijke urenuitbreiding van één van uw werknemers de hoge AWf-premie toegepast, terwijl op de bestaande arbeidsovereenkomst de lage AWf-premie van toepassing was? Is deze tijdelijke urenuitbreiding niet gebaseerd  op aparte arbeidsovereenkomst? Dan kan mogelijk toch de lage Awf-premie van toepassing zijn. In dat geval hebt u  te veel AWf-premie betaald, en kunt u het te veel betaalde bedrag aan premies terugkrijgen door de aangifte loonheffingen over 2020 en 2021 te corrigeren door middel van correctieberichten.  Voor het jaar 2022 kan de  lage AWf-premie toegepast worden in de aangifte loonheffingen.

Mocht u hier nog aanvullende vragen over hebben, neemt u dan contact op met uw vaste RSM-adviseur.