Met ingang van 31 december 2025 is de Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht (Stb. 2025,447) in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk om inzage te krijgen in alle op een belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking betrekking hebbende stukken. Die inzage wordt uiterlijk bij de bekendmaking van die belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking gegeven. Daarmee kan dan direct de juistheid worden gecontroleerd.
Van het inzagerecht kan gebruik worden gemaakt via de bestaande digitale portalen van de Belastingdienst en de Douane. Nu voor de inzage nog de nodige ICT-diensten moeten worden ingericht, zal het inzagerecht gefaseerd tot stand komen. Als eerste wordt het inzagerecht voor de inkomstenbelasting ingeregeld.
Tijdelijk is geregeld dat stukken door de inspecteur al beschikbaar worden gesteld vóórdat alle op de zaak betrekking hebbende stukken in het digitale portaal beschikbaar zijn. Nadat de ICT-omgeving is ingeregeld vervalt deze tijdelijke mogelijkheid.
In de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet, de Waterwet en de Wet Luchtvaart is geregeld dat het fiscale inzagerecht niet geldt.
Moment van inzage
Daar waar in de bezwaarprocedure belastingplichtige moet verzoeken om inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken, kan een belastingplichtige na ontvangst van een belastingaanslag in zijn digitale portaal de documenten inzien. Een afzonderlijk verzoek is daarvoor niet nodig. Doordat de documenten in een portaal zijn opgenomen kan belastingplichtige bovendien op elk gewenst moment zijn fiscaal dossier inzien.
Inzage in ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’
Het dossier waarin inzage wordt verstrekt, betreft het dossier zoals aanwezig op het moment dat de belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking wordt vastgesteld. Voor de uitleg van de op de zaak betrekking hebbende stukken, wordt in beginsel aangesloten bij de daaraan in de jurisprudentie gegeven uitleg. De Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht regelt niet dat een belastingplichtige, nadat aan hem een belastingaanslag is uitgereikt, inzage krijgt in stukken die nadien aan het dossier zijn toegevoegd. Inzage in die nadien toegevoegde stukken, kan een belastingplichtige krijgen door in bewaar te verzoeken om inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken. Daarmee treedt dus geen wijziging op in de reeds bestaande mogelijkheid van inzage tijdens de bezwaarprocedure.
De Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht hanteert een ruim begrip ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’. Het inzagerecht is namelijk niet beperkt tot stukken die van belang kunnen zijn voor de beslechting van (nog) bestaande geschilpunten. Ook stukken die de behandelend medewerker of collega’s die betrokken zijn geweest bij de besluitvorming ter beschikking staan of hebben gestaan, maar die niet zijn gebruikt ter onderbouwing van het bestreden besluit, moeten worden overgelegd. Interne stukken die in het kader van de behandeling van een zaak zijn opgesteld, moeten eveneens worden overgelegd. Hier wordt wel de voorwaarde gesteld dat deze ten grondslag hebben gelegen aan de besluitvorming.
Geheimhouding stukken
Het inzagerecht op het moment van bekendmaking van de aanslag of voor bezwaar vatbare beschikking is niet onbegrensd. Onder omstandigheden mogen stukken geheim worden gehouden. De daarbij door de Belastingdienst te maken afweging is dat voor geheimhouding gewichtige redenen bestaan. Gewichtige redenen zijn uiteraard niet aanwezig als op basis van de Wet open overheid de verplichting bestaat om de gevraagde informatie te verstrekken. De Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht geeft echter een enigszins andere uitleg aan het begrip ‘gewichtige redenen’ dan die in de Wet open overheid wordt gebruikt.
Voorbeelden van een gewichtige reden die verhinderen dat gebruik kan worden gemaakt van het fiscale inzagerecht zijn:
- Privacy van derden, waaronder angst voor represailles en bedrijfsgevoelige informatie;
- Privacy van individuen of groepen ambtenaren;
- Effectieve controle en controlestrategie;
- Ongehinderde opsporing en vervolging van strafbare feiten; en
- Juridische adviezen ten behoeve van het bepalen van de procespositie.
Rechtsbescherming
Belastingplichtigen die menen dat de in het digitale portaal beschikbaar gestelde documenten onvolledig zijn, kunnen hiertegen in bezwaar en beroep komen. Het instellen van een rechtsmiddel mag echter niet beperkt zijn tot alleen de grond dat volgens belastingplichtige het digitale dossier onvolledig is, waardoor zijn fiscale inzagerecht is geschonden. Tevens dienen er inhoudelijke gronden ter betwisting van de belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking te worden aangevoerd.
Indien de inspecteur van mening is dat bepaalde documenten geheim moeten worden gehouden, wordt hiervan in het digitale portaal melding gemaakt. Bovendien wordt de reden van geheimhouding opgenomen. De inhoud van een dergelijk stuk is dan uiteraard niet zichtbaar, maar belastingplichtige is dan wel op de hoogte ervan dat in het dossier stukken aanwezig zijn die – naar het oordeel van de inspecteur – geheim moeten worden gehouden. Tijdens een inhoudelijk bezwaar tegen de aanslag of voor bezwaar vatbare beschikking kan belastingplichtige stellen dat het geheimgehouden stuk alsnog ter inzage moet worden gegeven. In de beroepsfase zal de rechter oordelen of voor de geheimhouding een rechtsgeldige gewichtige reden aanwezig is.
De mogelijkheid dat de rechter alleen kennisneemt van dit geheimgehouden document is eveneens mogelijk. Dan is sprake van de ‘beperkte kennisneming’.
Heeft u vragen over het gebruik van het fiscaal inzagerecht of de mogelijkheid van het instellen van een rechtsmiddel wendt u tot uw contactpersoon binnen RSM.